De ingezetene brengt alle feiten betreffende zijn burgerlijke staat en nationaliteit die zich buiten Nederland hebben voorgedaan, zo spoedig mogelijk ter kennis aan het college van burgemeester en wethouders. Hij verstrekt aan het college, desgevraagd in persoon, de inlichtingen en overlegt de geschriften die noodzakelijk zijn voor de bijhouding met betrekking tot hem van de basisregistratie. Op verzoek van het college legt hij van een geschrift een door een beëdigde vertaler vervaardigde Nederlandse vertaling over.
Op grond van artikel 2.44 Wet BRP is de betrokkene verplicht om brondocumenten of inlichtingen te verstrekken of in persoon te verschijnen.
Een bestuurlijke boete voor deze overtreding zal in de regel samen gaan met artikel 2.46 Wet BRP. Als de burger iets niet spontaan doet en het college van B&W komt hier achter, dan zal zij de burger vragen dit alsnog te doen. Dit laatste valt dan direct onder de werking van artikel 2.46 Wet BRP. Er wordt geen dubbele boete (zowel voor 2.44 Wet BRP als voor 2.46 Wet BRP) opgelegd.
Artikel 2.46 Op verzoek inlichtingen geven en geschriften overleggen over burgerlijke staat/in persoon verschijnen
De ingezetene verstrekt op verzoek van het college van burgemeester en wethouders over feiten betreffende zijn burgerlijke staat en nationaliteit, desgevraagd in persoon, de inlichtingen en overlegt de geschriften die noodzakelijk zijn voor de bijhouding van de basisregistratie. Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders legt hij van een geschrift een door een beëdigde vertaler vervaardigde Nederlandse vertaling over.
Het verzoek zal vaak worden gedaan bij de aangifte van verblijf en adres. Als de burger dan verklaart welke gegevens er bij zijn burgerlijke staat horen en hij niet direct de noodzakelijke brondocumenten kan overleggen, zal het college van B&W hem verzoeken daar alsnog binnen een redelijke termijn mee te komen. Die termijn kan uiteenlopen afhankelijk van hoeveel tijd het naar verwachting kost om de documenten te verkrijgen. Het kan verschil uitmaken uit welk land documenten afkomstig zijn.
Indien het college iemand oproept om te verschijnen wordt in de oproep de datum of termijn genoemd. Bij niet verschijnen op datum of overschrijding termijn wordt een tweede oproep gedaan. Wanneer deze weer niet wordt nagekomen dan wordt de bestuurlijke boete opgelegd.
Het kan voorkomen dat de oproep wordt gedaan op basis van een lopend onderzoek dat ook als zodanig is terug te vinden op de persoonslijst. De betreffende gegevens staan dan in onderzoek. Indien tijdens het onderzoek de burger verhuist naar een andere gemeente, luidt het advies aan de vertrekgemeente om dan het onderzoeksdossier spontaan aan de volgende bijhoudingsgemeente toe te sturen.
Wanneer er geen gegevens op de persoonslijst in onderzoek staan, dan wordt het dossier toe gestuurd aan de volgende bijhoudingsgemeente. Voorbeeld: de burger heeft bij zijn aangifte van verblijf en adres verklaard gehuwd te zijn maar had daar geen document van bij zich. Hij krijgt van het college van B&W de verplichting opgelegd alsnog binnen een termijn te komen met het brondocument. Wanneer de burger binnen die termijn verhuist naar een andere gemeente, dan zal die volgende bijhoudingsgemeente het proces kunnen oppakken aan de hand van het toegestuurde dossier.
Indien de vorige bijhoudingsgemeente al gedreigd had met een bestuurlijke boete, dan geeft de volgende bijhoudingsgemeente zelf ook eerst een waarschuwing af alvorens de bestuurlijke boete op te leggen.
Artikel 2.44
Spontaan inlichtingen geven en geschriften overleggen over burgerlijke staat
Onderdeel van Beleidsregels Bestuurlijke boete Wet basisregistratie personen Eindhoven 2016