Het is duidelijk dat er na het inwerking treden van de Omgevingswet het nodige zal veranderen. Dit is echter geen reden om met nieuw geluidbeleid te wachten. Immers nu vastgesteld geluidbeleid zal met het in werking treden van de nieuwe Omgevingswet van kracht blijven met het Omgevingsplan.
Wanneer de Omgevingswet in werking is kan de gemeente het Omgevingsplan zelf verder wijzigen en invullen. Het Omgevingsplan zal een globaal kader krijgen, dat per perceel of gebied gedetailleerd kan worden uitgewerkt. Dit geluidbeleid zal het globale kader vormen. Al naar gelang de zich voordoende behoefte kan het plaatselijk worden uitgewerkt. In dit geluidbeleid wordt hiervoor ruimte gemaakt.
Om het geluidbeleid ook onder de Omgevingswet werkbaar te houden is het Bkl en de Bruidsschat meegenomen bij opstellen van dit beleid. Echter tot het inwerking treden van de Omgevingswet is het geldende Activiteitenbesluit uitgangspunt.
Als het Activiteitenbesluit wordt vergeleken of wordt getoetst aan het Bkl en de Bruidsschat, blijkt dat normen in het Activiteitenbesluit ruim binnen de normen vallen van het Besluit kwaliteit leefomgeving en vergelijkbaar zijn met de Bruidsschat.
Er is echter één essentieel verschil. In het huidige Activiteitenbesluit wordt de geluidsbelasting van agrarische bedrijven uitsluitend bepaald aan de hand van de vaste bronnen binnen het bedrijf. Niet-vaste bronnen, zoals verkeersbewegingen tellen daar niet in mee. Dit zal met de invoering van de Omgevingswet veranderen. Agrarische bedrijven zullen dan net als ieder ander bedrijf, worden beoordeeld aan de hand van alle bronnen binnen het bedrijf.
Met uitzondering van het hier voorgaande, is er geen strijd met het Bkl of de Bruidsschat om de normen van het Activiteitenbesluit als uitgangspunt voor dit beleid te nemen.
Met dit beleid worden de uitgangspunten en de normen van het Activiteitenbesluit als basis genomen voor het bepalen van de geluidsnormen bij de vergunningverlening milieu.
Uitzondering hierop zijn agrarische bedrijven.
Volgens de wetgever bieden de voorschriften in het Activiteitenbesluit voldoende waarborgen om een onaanvaardbare situatie bij geluidgevoelige objecten te voorkomen. Als deze normen in dit besluit aanvaardbaar zijn, dan is het niet meer dan logisch dat deze normen ook voor de vergunningverlening aanvaardbaar zijn.
De gemeente heeft daarom besloten deze standaard voorschriften ook van toepassing te laten zijn bij vergunningverlening.
Bij de vergunning verlening worden in beginsel de van toepassing zijnde voorschriften uit Afdeling 2.8 van het Activiteitenbesluit overgenomen in de vergunning. Als er bij de vergunningverlening maatwerk noodzakelijk is of er zich een bijzondere situatie voordoet, kan hiervan worden afgeweken3Zie hoofdstuk 8 en 9..
Bij agrarische bedrijven wordt bij vergunningverlening afgeweken van Afdeling 2.8 van het Activiteitenbesluit en wordt de geluidsbelasting bepaald aan de hand van alle bronnen binnen het bedrijf.
Het Activiteitenbesluit zal met het van kracht worden van de Omgevingswet overgaan in het Besluit activiteiten leefomgeving. In dit laatste besluit zullen de voorschriften voor geluid grotendeels vervallen. Deze zullen dan als Bruidsschat een onderdeel gaan vormen van het Omgevingsplan dat van rechtswege aan de gemeente wordt toegewezen.
Omdat de normen in de Bruidsschat, met uitzondering van agrarische bedrijven, nagenoeg gelijk zijn aan die uit het Activiteitenbesluit, kan de bruidsschat in de plaats komen van het voorgaande deel van dit beleid.
Uitgangspunt is dat met het van kracht worden van het Omgevingswet de normen van de Bruidsschat bij vergunningverlening in de plaats komen van de normen uit het Activiteitenbesluit.
Als uiteindelijk alle Omgevingsplannen door de gemeente zelf zijn ingevuld zal dit deel van het geluidbeleid en de Bruidsschat eindigen en zal het toetsingskader zijn overgenomen door het Omgevingsplan.