De toepassing van de artikelen 2 tot en met 5 geschiedt zodanig, dat de toepasselijke norm voor de jongere tenminste bedraagt:a. 35 procent van de gehuwdennorm voor een alleenstaande,b. 55 procent van de gehuwdennorm voor een alleenstaande ouder,c. 65 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden.