Naar hoofdinhoud
Een vervoersvoorziening wordt toegekend wanneer: het gaat om een vervoersvraag voor een jeugdige die een indicatie heeft voor een individuele voorziening jeugdhulp, en; er sprake is van een medische noodzaak dan wel een beperking in de zelfredzaamheid, en; het voor de jeugdige of zijn ouders niet mogelijk is om op eigen (financiële) kracht en eigen verantwoordelijkheid (al dan niet gedeeltelijk of met behulp van het eigen netwerk) het vervoer te organiseren, en; er geen andere regeling/voorziening is waarvan de jeugdige gebruik kan maken voor het vervoer naar de jeugdhulpvoorziening, en; er geen passende jeugdhulpvoorziening op kortere afstand beschikbaar is, en; de minimale afstand tot de jeugdhulpvoorziening meer dan 10 kilometer bedraagt; alles daaronder wordt gezien als verantwoordelijkheid van ouders en er wordt van hen verwacht dat zij dit zelf regelen.

Rechtspraak bij dit artikel