Bij de voorbereiding van een ruimtelijk besluit waarvoor een hogere waarde noodzakelijk is, zoals bijvoorbeeld een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een gebied dat binnen de wettelijke onderzoekszone van weg, spoor of industriegebied ligt, moet getoetst worden aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder (tabel 1). In bijlage 4 wordt hiervan een uitgebreid overzicht gegeven.
Tabel 1. Voorkeursgrenswaarden en grenswaarden voor het binnenniveau
Geluidbron
Voorkeursgrenswaarde
Binnenniveau 1 Dit is het binnenniveau in verblijfsruimten van woningen. Voor andere geluidgevoelige ruimten zoals klaslokalen of medische onderzoeksruimten geldt over het algemeen een 5 dB strengere eis. De normen aan het binnenniveau van geluidgevoelige ruimten zijn opgenomen in artikel 3.1 van het Bouwbesluit 2012.
Weg
Lden 48 dB
33 dB
Industrieterrein
Letmaal 50 dB(A)
35 dB(A)
Spoorweg
Lden 55 dB
33 dB
Met de toetsing aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder wordt zorg gedragen voor een goed woon- en leefklimaat, zowel buiten als binnen de woning. Vanaf 1 november 2014 kan ook in het kader van een afwijking van het bestemmingsplan een hogere grenswaarde procedure noodzakelijk zijn. Dit geldt alleen bij tijdelijke afwijkingen van het bestemmingsplan.
Wanneer niet aan de voorkeursgrenswaarden voldaan kan worden, kan een hogere waarde worden vastgesteld. Het vaststellen van een hogere waarde gebeurt op grond van de Wet geluidhinder.
In de Wet geluidhinder zijn bepalingen opgenomen waaraan een dergelijk besluit moet voldoen en welke relevante gegevens moeten zijn onderzocht en overwogen voorafgaand aan het vaststellen van een hogere waarde. In bijlage 2 is een uitleg over de Wet geluidhinder opgenomen met betrekking tot de procedure en bepalingen hiervoor. In bijlage 3 is een checklist opgenomen waarin de voorwaarden aan een verzoek voor een hogere waarde zijn opgenomen.
Vanuit de Wet geluidhinder en het Bouwbesluit 2012 zijn voor scheepvaartlawaai geen normen voorgeschreven. In dit beleid is vastgelegd dat de hinderlijkheid van scheepvaartlawaai gelijk dient te worden beoordeeld als railverkeer (zie 3.3 en 3.5).
Voor de beoordeling van de geluidbelasting wordt gebruik gemaakt van de classificering van de kwaliteit van de akoestische omgeving in een milieukwaliteitsmaat volgens de 'methode Miedema'. Hierin wordt de geluidbelasting geclassificeerd en beoordeeld op basis van klassen van 5 dB. Voor wegverkeer wordt in de methode Miedema geen correctie ex artikel 110g Wgh toegepast. Tabel 2 geeft een indicatie van de beleving van geluidwaarden. In tabel 3 wordt in aanvulling hierop een indicatie voor de beleving van lagere geluidwaarden dan 50 dB weergegeven.
Tabel 2. Lden classificering milieukwaliteit conform methode Miedema.
Geluidklasse
Beoordeling
< 50 dB
Goed
50 - 55 dB
Redelijk
55 - 60 dB
Matig
60 - 65 dB
Tamelijk slecht
65 - 70 dB
Slecht
> 70 dB
Zeer slecht
Tabel 3. Indicatie voor de beleving van lagere geluidwaarden.
Kwantitatief
Perceptie
30 dB
Zeer stil
40 dB
Stil
43 dB
Rustig
48 dB
Hoorbaar
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1
Algemeen
Onderdeel van Geluidbeleid Goede Ruimtelijke Ordening Gemeenten Hoeksche Waard