In de loop der tijd zal de kennis over het bodemarchief toenemen door archeologisch onderzoek dat wordt verricht in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Dit maakt het mogelijk om te formuleren welke onderzoeksvragen afdoende zijn beantwoord en welke kennislacunes er nog bestaan. De onderzoeksvragen waaraan de gemeente prioriteit geeft, kunnen worden omschreven in een onderzoeksagenda. De Hoeksche Waardse gemeenten streven er naar om een regionale onderzoeksagenda op te stellen. Met behulp van een dergelijke onderzoeksagenda zijn wij als gemeente in staat op basis van reeds uitgevoerde wetenschappelijk onderzoekservaringen een zodanige onderzoeksvraag te specificeren waardoor sprake is van effectief en doelgericht onderzoek. Hiermee wordt voorkomen dat onderzoeken te uitgebreid worden ingezet. Hiermee worden tevens de onderzoekskosten beperkt door zich te richten tot datgene waar lokaal de ontbrekende kennis mee kan worden verrijkt. Met behulp van een dergelijke onderzoeksagenda kan men sturing geven aan het archeologische onderzoek en onnodig onderzoek voorkomen. Deze onderzoeksagenda zal ook betrokken moeten worden bij het opstellen van Programma’s van Eisen (waarin de onderzoeksvragen worden geformuleerd) en bij het nemen van een selectiebesluit door het bevoegd gezag. Bij het bepalen van de onderzoeksagenda, zal rekening worden gehouden met de onderzoeksvragen die op nationaal (NOaA) en provinciaal (POA) niveau zijn geformuleerd.
Historische verenigingen/stichtingen en deskundige bureaus kunnen behulpzaam zijn bij de formulering van thema’s en onderzoeksvragen. Aan de hand hiervan kan de gemeente een afgewogen selectiebesluit maken over de noodzaak en het belang van eventueel archeologisch vervolgonderzoek. Dit betekent dat gericht onderzoek zal plaatsvinden om deze vragen te kunnen beantwoorden, terwijl onderzoek naar minder relevante of al bekende kwesties binnen de archeologische wetenschap achterwege kan blijven. Op termijn kunnen de gemeenten in de regio dan wetenschappelijk onderbouwde keuzes maken om bijvoorbeeld bepaalde gebieden niet nader te onderzoeken en de nadruk op andere terreinen binnen de archeologie nader uit te werken, zoals de historische kernen en hun onderling verband, de handel e.d. Deze nadruk op bepaalde thema’s kan dan verwerkt worden in de programma’s van eisen, en biedt de gemeenten binnen de regio om een bewuste selectie te maken in welk onderzoek noodzakelijk wordt geacht. Momenteel heeft de regio onvoldoende kennis van het gebied en onvoldoende informatie voor het opstellen van een regionale onderzoeksagenda. Wij verwachten binnen vier jaar voldoende informatie te kunnen verzamelen. Wij bezien hoe wij in de tussentijd omgaan met dit vraagstuk.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.4
Ontwikkeling onderzoeksagenda
Onderdeel van Beleidsnota Archeologie Hoeksche Waard