Bedrijven die gevaarlijke stoffen opslaan, verwerken of transporteren moeten voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi, 2004) zijn normen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico verankerd. Deze normen zijn gerelateerd aan de Wet milieubeheer (Wm) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het Bevi borgt dat het bevoegd gezag (in de meeste gevallen de gemeente) alleen een omgevingsvergunning kan verlenen als voldaan is aan de grenswaarden ten aanzien van plaatsgebonden risico. Van het groepsrisico moet de gemeente beoordelen of de hoogte daarvan acceptabel is en dit motiveren in de omgevingsvergunning. Dit geldt ook voor het opstellen en vaststellen van een bestemmingsplan. Vergunningaanvragen worden getoetst aan het bestemmingsplan. In de beleidsvisie EV van de gemeenten zijn, binnen de beleidsvrijheid die de gemeente heeft, keuzes vastgelegd voor de wijze waarop de beoordeling plaatsvindt.
Om een goede beoordeling te kunnen maken is inzicht vereist in actuele risicogegevens van bedrijven en transport. Deze zijn te raadplegen op een kaart met risicocontouren, de zogenaamde provinciale risicokaart. De basisgegevens hiervoor worden ingevoerd in het landelijk “Register Risicosituatie Gevaarlijke Stoffen’’ (Risicoregister).
Routeringbesluiten wegtransport gevaarlijke stoffen worden in 2016 geactualiseerd en vastgesteld.
Doelstelling: Zorgen dat bedrijven hun activiteiten kunnen blijven uitvoeren terwijl de risico’s van deze activiteiten acceptabel zijn voor de omwonenden.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.4
Externe Veiligheid
Onderdeel van Milieubeleidsplan 2016-2019 Hoeksche Waard