Het beleidsveld bodem in Nederland is constant in beweging.
Er zijn duidelijk verschuivingen waarneembaar. Het aantal oude gevallen van bodemverontreiniging neemt af en nieuwe verontreinigingen worden nu voorkomen door toepassing van de zorgplicht die is vastgelegd in de Wet Bodembescherming. Dit wil niet zeggen dat er niet meer gesaneerd hoeft te worden en dat alle bodemverontreinigingen gesaneerd zijn. Een hoop saneringen worden op dit moment uitgevoerd of worden de komende jaren uitgevoerd.
Er is een ontwikkeling gaande op het gebied van duurzaam omgaan met de bodem en ondergrond. De afgelopen jaren is gebleken dat de ondergrond niet duurzaam is ingericht waardoor we kansen laten liggen. Bovendien kan de ondergrond ook praktischer benut worden. Om de ondergrond beter te benutten als gemeente, provincie en Rijk wordt er op dit moment gewerkt aan de Structuurvisie Ondergrond (STRONG).
Denk hierbij aan het inzetten van bodemenergie als duurzame energiebron, of het in kaart brengen van de draagkracht van de bodem in verschillende regio’s. Ook wordt de ondergrond steeds vaker benut voor activiteiten zoals tunnels, wegen, spoorlijnen en garages.
Ook hergebruik van grond is een belangrijk item. Door middel van de regionale bodemkwaliteitskaart en het bodembeheerplan kan op een eenvoudige en goedkope manier bepaald worden of grond die ergens in de regio vrijkomt op een ander locatie binnen de regio kan worden hergebruikt. Hiermee kunnen veel kosten worden bespaard. Hier ligt nog wel een opgave om het vraag en aanbod aan elkaar te koppelen.
Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en bij omgevingsvergunningsaanvragen wordt in veel gevallen bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten worden opgenomen in een bodeminformatiesysteem, waardoor de bodemkwaliteit in de gemeente inzichtelijk is. Deze informatie kan weer worden gebruikt bij het plannen van ruimtelijke ontwikkelingen, bodemenergiesystemen en voor het informeren van burgers.
Hieronder zullen bovengenoemde ontwikkelingen verder worden toegelicht en wordt aangegeven hoe deze effect hebben op de gemeenten in de Hoeksche Waard.
Bodemconvenant en spoedlocaties
Door de ondertekening van het 'Convenant Bodemontwikkelingsbeleid en aanpak spoedlocaties' is het bodembeleid ingrijpend veranderd en zijn de verantwoordelijkheden verschoven van het Rijk naar de provincies en gemeenten. Bij het convenant hoort een uitvoeringsprogramma.
Volgens het uitvoeringsprogramma moeten de humane spoedlocaties voor 2015 zijn gesaneerd. De locaties met een ecologisch- of verspreidingsrisico zijn inzichtelijk gemaakt en tijdelijke beheersmaatregelen daarvoor zijn genomen. Deze locaties moeten uiterlijk gesaneerd dan wel beheerst zijn in 2020.
Door de provincie is een programma opgesteld om tot sanering van spoedlocaties te komen. Eén van de uitgangspunten in dit programma is dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor saneringslocaties binnen de bebouwde kom en dat de provincie verantwoordelijk is voor saneringen buiten de bebouwde kom.
2015 is het laatste jaar waarin bovengenoemd convenant nog van kracht is. Er wordt op dit moment gewerkt aan een nieuw convenant (2016–2020). In de conceptversie van dit convenant lijkt het erop dat dit nieuwe convenant verdergaat waar het huidige convenant ophoudt. Hierbij richt het nieuwe convenant zich op het afronden van de sanering van de spoedlocaties (verspreidingsrisico’s) en het beheersen en beheren van de reeds gesaneerde locaties. Verontreinigingen zonder spoed zullen integraal worden opgepakt bij werkzaamheden in het gebied of bij nieuwe ontwikkelingen.
Structuurvisie Ondergrond (STRONG)
Zoals in de inleiding al benoemd, kan de ondergrond praktischer benut worden. Om deze beter te benutten als gemeente, provincie en Rijk wordt er op dit moment gewerkt aan de Structuurvisie Ondergrond (STRONG).
Denk hierbij aan het inzetten van bodemenergie als duurzame energiebron, of het in kaart brengen van de draagkracht van de bodem in verschillende regio’s.
Voor de Hoeksche Waard is er in 2014 gewerkt aan een “ondergrondagenda”: Gegronde Hoeksche Waard. Hierin is in beeld gebracht welke ondergrondthema’s in de Hoeksche Waard een rol spelen en hoe wij de ondergrond beter kunnen benutten.
Dit is vooruitlopend gedaan op de hierboven genoemde structuurvisie. Met deze eigen ondergrondagenda kunnen wij zelf al aangeven richting het ministerie waar wij als regio op willen inzetten en hoe wij denken dat dat in de structuurvisie moet worden vertaald. Dit krijgt in 2015 een vervolg waarbij de “Gegronde Hoeksche Waard” door alle gemeenteraden moet worden vastgesteld.
Hergebruik
Voor de gehele regio Zuid-Holland Zuid is de nota bodembeheer en bodemkwaliteitskaart opgesteld en vastgesteld door alle gemeenteraden. Hiermee volgt de hele regio, waaronder dus ook de Hoeksche Waard, het gebiedsspecifieke beleid uit de nota bodembeheer. In deze nota is vastgelegd hoe wij in de Regio Zuid-Holland Zuid om willen gaan met het hergebruik van grond.
Door de OZHZ is deze kaart gemaakt en te raadplegen via www.ozhz.nl. Hieraan is een grondverzet module gekoppeld waardoor makkelijk kan worden bepaald of grond al dan niet kan worden verplaatst en onder welke voorwaarden.
Doelstelling:
Geen nieuwe en oude spoedeisende gevallen van bodemverontreiniging meer in de Hoeksche Waard, verantwoord hergebruik van grond en het beter benutten van de potentie van de ondergrond.