Naar hoofdinhoud
De kosten van aanschaf of vervanging van duurzame gebruiksgoederen behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. De kosten dienen in beginsel bestreden te worden uit het inkomen van belanghebbende hetzij door middel van reservering, hetzij door middel van gespreide betaling achteraf. Voor deze kosten wordt alleen bijzondere bijstand verleend als de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden die ertoe leiden dat die kosten niet uit het inkomen op het niveau van de algemene bijstand en de aanwezige draagkracht kunnen worden voldaan. Het ontbreken van voldoende reserveringsruimte in verband met schulden en de daaruit voortvloeiende terugbetalingsverplichtingen is geen bijzondere omstandigheid die het verlenen van bijzondere bijstand rechtvaardigt. Volgens vaste jurisprudentie kunnen schulden dan wel het ontbreken van voldoende reserveringsruimte als gevolg daarvan, niet worden afgewenteld op de bijstand. Als er wel sprake is van aantoonbare bijzondere omstandigheden kan bijzondere bijstand worden verstrekt. Een belanghebbende wordt in eerste instantie verwezen naar een kringloopwinkel of marktplaats. De bijzondere bijstand wordt in de vorm van een geldlening verstrekt. De maandelijkse aflossingsruimte wordt vastgesteld op het verschil tussen het inkomen en 94% van de op het moment van aanvraag toepasselijke bijstandsnorm. Bij de berekening van de aflossingsruimte van een alleenstaande ouder wordt, in afwijking van artikel 31, lid 2 onder d Participatiewet, het verhoogde deel van het kindgebonden budget (de zogenaamde alleenstaande ouder-kop), tot het inkomen gerekend. Voor de kosten van een eerste woninginrichting, omdat een belanghebbende voor het eerst op zichzelf gaat wonen, is geen bijzondere bijstand mogelijk. Het wordt voorzienbaar geacht dat deze kosten zich te zijner tijd zullen voordoen. Als een voormalige asielzoeker (statushouder) een woning of een kamer krijgt toegewezen in de gemeente Edam-Volendam, kan bijzondere bijstand worden verstrekt in de vorm van een geldlening voor de noodzakelijke woninginrichting. Het verkrijgen van de woning moet rechtstreeks voortvloeien uit de verkregen verblijfsstatus. De lening moet in 36 aaneengesloten maandelijkse termijnen worden afgelost. De maandelijkse aflossingsruimte wordt vastgesteld op het verschil tussen het inkomen en 94% van de op het moment van aanvraag toepasselijke bijstandsnorm. Bij de berekening van de aflossingsruimte van een alleenstaande ouder wordt, in afwijking van artikel 31, lid 2 onder d Participatiewet, het verhoogde deel van het kindgebonden budget (de zogenaamde alleenstaande ouder-kop), tot het inkomen gerekend. Het af te lossen bedrag wordt ingehouden op de uitkering. Indien na het in 36 aaneengesloten maanden aflossen van het vastgestelde bedrag een restschuld overblijft, wordt deze omgezet in een bedrag om niet. De hoogte van de leenbijstand voor de aanschaf van een volledige woninginrichting bedraagt: voor een kamerbewoner € 1.250 voor een gezin van 3 personen € 4.500 voor een alleenstaande € 2.500 voor een gezin van 4 personen € 5.000 voor een gezin van 2 personen € 4.000 voor elke persoon meer € 500

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel