Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.4

Reikwijdte bodembeheernota

Onderdeel van Bodembeheernota Zuid-Holland Zuid

De bodembeheernota gaat in op het binnen de regio Zuid-Holland Zuid (opnieuw) toepassen van licht verontreinigde grond en baggerspecie als bodem. Hierbij wordt onderscheidt gemaakt in de landelijk geldende generieke toepassingseisen en de, alleen voor grond- en baggerverzet binnen de regio, van toepassing zijnde gebiedsspecifieke eisen. De grootschalige bodemtoepassing (GBT) is een van de generieke toepassingen. Hergebruik van sterk verontreinigde grond en baggerspecie (verontreinigd boven het saneringscriterium) is nooit toegestaan. Schone grond en baggerspecie mag altijd worden hergebruikt. Tussen deze twee uitersten bevindt zich het speelveld waarbinnen het hergebruik van grond en baggerspecie binnen de regio mogelijk is. Bij de toepassingseisen is uitgegaan van het op landbodem toepassen van grond en baggerspecie, inclusief het op aangrenzende percelen verspreiden van baggerspecie. Toepassingen in oppervlaktewater zijn buiten beschouwing gelaten. In de beheernota is tevens beschreven wanneer gebruik kan worden gemaakt van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel voor het aantonen van de milieuhygiënische kwaliteit van zowel een toe te passen partij grond als de ontvangende bodem. Ook is aangegeven hoe het grond- en baggerverzet procedureel dient te worden afgehandeld. Naast 'intern grondverzet' is in de nota beschreven hoe moet worden omgegaan met het toepassen van een partij grond of baggerspecie die afkomstig is van een locatie die buiten de regio is gelegen (importeren van grond en/of baggerspecie). Het beleid uit deze nota is niet van toepassing op verdachte locaties. Verdachte locaties zijn locaties waar in het verleden (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden die mogelijk een locatiespecifieke bodemverontreiniging hebben veroorzaakt. Voor deze locaties dient altijd door middel van bodemonderzoek aangetoond te worden dat de milieuhygiënische kwaliteit van de toe te passen grond vergelijkbaar is met de gebiedseigen kwaliteit in de zone waarin de toepassingslocatie is gelegen (zie paragraaf 8.1).

Rechtspraak bij dit artikel