Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10.

Artikel 10.3

Controle en handhaving

Onderdeel van Bodembeheernota Zuid-Holland Zuid

Toezichthouders van de Milieudienst Zuid-Holland Zuid zullen het merendeel van de gemelde toepassingen controleren. Hierbij wordt aandacht besteed aan de volgende aspecten: Stemt de toepassingslocatie overeen met hetgeen in de melding is aangegeven? Stemt het toegepaste volume grond overeen met hetgeen in de melding is aangegeven? Stemt het toegepaste materiaal overeen met hetgeen in de melding is aangegeven? Om het toepassen (hergebruik) van grond en bagger op zorgvuldige wijze te kunnen laten plaatsvinden, alsmede het toezicht hierop te vereenvoudigen, gelden een aantal procedurele voorschriften: Indien de uitvoeringsdatum ten tijde van de melding nog niet kon worden aangegeven, dient de Milieudienst uiterlijk vijf werkdagen vóór aanvang van de werkzaamheden op de hoogte te worden gesteld. De eigenaar of erfpachter van de locatie waarop de toepassing plaatsvindt dient tijdens de uitvoering van de werkzaamheden een kopie van het meldingsformulier aan een toezichthoudend ambtenaar te kunnen overleggen. De uitvoerder van het project dient de voor de aan te voeren c.q. toe te passen partij grond of bagger relevante bewijsmiddelen op locatie te kunnen overleggen (onderzoeken, afleveringsbonnen etc). Afwijkingen van de oorspronkelijke melding dienen terstond te worden gemeld. Wanneer tijdens de uitvoering van het grondverzet uit zintuiglijke waarnemingen blijkt dat de grond of bagger mogelijk is verontreinigd, mag deze grond/bagger niet zonder nader onderzoek of nadere bewerking worden hergebruikt. Indien een dergelijke waarneming wordt gedaan, dient de grond/bagger in depot te worden gezet. Tot slot is het mogelijk om handhavend op te treden door het uitvoeren van een handhavingsonderzoek. Indien het noodzakelijk wordt geacht om tot monstername over te gaan, bijvoorbeeld wanneer wordt getwijfeld of de kwaliteit van de toegepaste partij overeenkomt met de gemelde kwaliteit, moet de bemonstering en analyse plaatsvinden overeenkomstig het daarvoor van toepassing zijnde wettelijke besluit. Daarnaast kan strafrechtelijk en/of bestuursrechtelijk worden opgetreden bij geconstateerde overtredingen. Wat hierbij bepalend is, is of sprake is van een aandachtspunt zoals beschreven in de HandhavingsUitvoeringsMethode Besluit bodemkwaliteit (HUM-Bbk)5De HUM-Bbk is dit voorjaar door VROM vastgesteld. In oktober 2009 is de HUM-Bbk in definitieve vorm uitgebracht.. Deze HUM-Bbk is bedoeld om alle handhavende overheidsinstanties, die toezicht houden in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit, ondersteuning te bieden bij het signaleren, beëindigen, ongedaan maken of terugdraaien van een overtreding. Indien de toepassing niet overeenstemt met de melding zullen de toezichthouders er op toezien dat de ongewenste situatie ongedaan gemaakt wordt. Hierbij zal gebruik worden gemaakt van de ter beschikking staande wettelijke hulpmiddelen. Naast het bovenstaande voeren toezichthouders van de Milieudienst Zuid-Holland Zuid surveillances uit, waarbij wordt gecontroleerd op niet gemelde toepassingen van grond en baggerspecie. Elk grond- en baggertoepassing waarover het bevoegd gezag niet vooraf is geïnformeerd c.q. in strijd is met de bodembeheernota, is in strijd met wettelijk vastgestelde regels. Hiertegen kan bij ontdekking zowel in bestuursrechtelijke als in strafrechtelijke zin worden opgetreden. Met nadruk wordt gewezen op de strafrechtelijke samenloop omdat vrijwel altijd sprake is van een economisch delict. Afspraken omtrent handhaving die tussen de regio Zuid-Holland zuid en de deelnemende gemeenten zijn gemaakt en ook die tussen de gemeenten en het Openbaar Ministerie, zullen worden gevolgd om tot een beëindiging van de overtreding te raken.

Rechtspraak bij dit artikel