Voor de toetsing van nikkel en barium zijn gewijzigde normen en rekenregels opgesteld.
Het bleek dat deze stoffen met de huidige toetsnormen veel belemmeringen veroorzaakten bij de afzet van grond. Hieronder zijn de gewijzigde regels nader beschreven. De gewijzigde regels zijn te vinden in de Regeling bodemkwaliteit en op de site van bodem+
Nikkel
Met de invoering van het Besluit bodemkwaliteit en de gewijzigde rekenregels is gebleken dat primair zand en klei, met een natuurlijk verhoogd nikkelgehalte, niet meer geclassificeerd wordt als schoon. Om dit knelpunt op te lossen is besloten om de toetsingsregel voor de achtergrondwaarden (art. 4.2.2. lid 5 van de Regeling bodemkwaliteit) aan te passen. Deze aanpassing houdt in dat voor nikkel, bij de eerder beschreven toetsregel voor de klasse AW2000, geen toetsing hoeft plaats te vinden aan de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen. Binnen enkele jaren zal de normstelling voor nikkel mogelijk worden herzien.
Barium
Met de wijziging van de Regeling bodemkwaliteit van april 2009 zijn de maximale waarden voor de klassen AW2000, wonen en industrie voor de parameter barium vervallen. De verwachting is dat er mogelijk in 2010 een nieuwe richtlijn voor het toetsen van deze parameter wordt vastgesteld. Dit betekent echter dat het tot die tijd niet mogelijk is om voor barium een kwaliteitklasse te bepalen.
Om het functioneel gebruik van de bodem te kunnen beschermen, en daarnaast rekening te kunnen houden met de zorgplicht van artikel 13 Wet bodembescherming, heeft de regio besloten om voor de parameter barium een 'eigen' toetsingskader te hanteren.
Indien de interventiewaarde voor barium (920 mg/kg.ds standaardbodem) wordt overschreden dient een aanvullend onderzoek plaats te vinden. Gemeten gehalten onder deze norm worden niet getoetst. Dit toetsingskader komt te vervallen zodra in de Regeling bodemkwaliteit weer normen voor barium worden opgenomen.
Hoofdstuk 9.
Artikel 9.2
Toetsing van nikkel en barium
Onderdeel van Bodembeheernota Zuid-Holland Zuid