Om te bepalen of en welke vorm(en) van begeleiding individueel voor de cliënt toegankelijk en passend is worden, naast het Algemene toetsings- en afwegingskader (artikel 6), de volgende aspecten getoetst en/of gewogen:
aard van de beperking: De cliënt is niet (geheel) in staat om zelfstandig of met behulp van de eigen leefomgeving tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen, het voeren van een gestructureerd huishouden en deel te nemen aan het maatschappelijke verkeer.
Doel van de ondersteuning:
Het behouden van vaardigheden ter voorkoming van achteruitgang in zelfredzaamheid, zodat cliënt zo lang mogelijk kan deelnemen en in de eigen leefomgeving kan blijven wonen.
Het verbeteren en/of aanleren van vaardigheden ter bevordering van de participatie met als doel te kunnen meedoen naar vermogen in maatschappelijk verkeer in de vorm van begeleiding groep, beschut, begeleid of ondersteund werk, betaald werk, vrijwilligerswerk of deelname aan buurt- en dorpsactiviteiten, (sport) activiteiten via verenigingen en dergelijke.
Het overnemen van de zorg die in de thuissituatie geboden wordt vanuit (boven) gebruikelijk hulp of mantelzorg, ter ontlasting van de leefeenheid en/of mantelzorger oftewel respijtzorg.
De taken waarbij de cliënt ondersteuning nodig heeft:
Het stimuleren van, het oefenen met of het ondersteunen bij praktische vaardigheden of handelingen ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie of handhaving in de samenleving;
Het stimuleren van, het oefenen met of het ondersteunen bij het aanbrengen van (dag) structuur, het voeren van regie, het overnemen van toezicht en/of het aansturen van gedrag;
Het stimuleren van, het oefenen met of het ondersteunen bij vaardigheden op het vlak van algemene dagelijkse levensverrichtingen. Dit omvat ook advies, instructie en voorlichting aan cliënt over de persoonlijke verzorging;
Begeleiding bij sociaal emotionele problematiek, die samenhangt met de stoornis;
Advisering van de mantelzorgers;
Planbare en onplanbare zorg;
Signalerende functie om terugval of escalatie te voorkomen.
gebruikelijke hulp: Bij het bepalen wat gebruikelijke hulp is in de situatie van de cliënt, worden de uitgangspunten in het algemeen toetsings- en afwegingskader (artikel 6, lid 6) en de mogelijke bijdrage van kinderen gewogen.
In kortdurende situaties (korter dan 3 maanden) vallen alle taken die onder persoonlijke verzorging vallen onder gebruikelijke hulp van partners. In langdurende situaties betreft gebruikelijke hulp alleen taken op het gebied van medicatie.
Voor kortdurende situaties vallen alleen niet-lijfgebonden taken, zoals eten en drinken en medicatie, onder gebruikelijke hulp voor volwassen huisgenoten. Voor kinderen tot 18 jaar wordt geen bijdrage in de persoonlijke verzorging van huisgenoten gevraagd.
vorm van ondersteuning:
Begeleiding basis
Begeleiding speciaal
Landelijk ondersteuningsaanbod: Naast de Begeleiding die vanuit de gemeente Smallingerland geboden wordt, is landelijke specialistische zorg beschikbaar voor mensen met een zintuigelijke beperking (ernstige visuele beperking, vroegdoofheid, doofblind). Deze ondersteuning wordt slechts door enkele zorgaanbieders in Nederland geleverd.
Begeleiding basis is het uitgangpunt. Begeleiding speciaal wordt ingezet bij de volgende omstandigheden:
Regieverlies op 3 of meer levensgebieden van de zelfredzaamheidsmatrix; en
Er is vrijwel continu sturing en structuur nodig, cliënt kan hier niet zelf over beslissen. Er zijn ernstige gevolgen bij niet ingrijpen; en
De situatie is onvoorspelbaar (instabiele psychische of instabiele gezinssituatie:; en
Geen of zeer beperkt ziekte-inzicht.
Begeleiding basis en speciaal zijn gericht op het behouden of vergroten van de zelfredzaamheid en participatie. Er wordt daarom jaarlijks geëvalueerd met de cliënt en de zorgaanbieder wat de ontwikkelingen zijn. Op basis hiervan wordt bepaald welke vorm van ondersteuning het meest passend is.
Begeleiding speciaal wordt in principe voor een half jaar ingezet. Daarna wordt gekeken of begeleiding basis ingezet kan worden of dat een beroep gedaan moet worden op een ander wettelijk kader (Wlz, Zvw, bewindvoering, Beschermd wonen).
Algemene voorzieningen en andere voorzieningen zijn voorliggend op begeleiding individueel. Het gaat hierbij onder andere om:
Vrijwilligers: voor eenvoudige (administratieve) taken en het begeleiden naar een bezoek aan huisarts of medisch specialist kunnen vrijwilligers ingezet worden.
Opvang kinderen: voor de (tijdelijke of gedeeltelijke) overname van de zorg voor kinderen kan ook gebruik gemaakt worden van kinderopvang/ buitenschoolse opvang, mede op basis van een sociaal medische indicatie, of (deeltijd) pleegzorg vanuit de Jeugdwet. Afgewogen wordt wat, gelet op de leeftijd van de kinderen en de (on)mogelijkheden van de ouder(s) en/of hun netwerk, de goedkoopst adequate ondersteuning is.
HOOFDSTUK 5
Artikel 18
Begeleiding Individueel
Onderdeel van Beleidsregels Wmo gemeente Smallingerland 2022