Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 14

Formele en informele hulp bij Pgb

Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp gemeente Smallingerland 2022

1.. Formele hulp: Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van personen uit het sociaal netwerk van de budgethouder: personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007), en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel (ZZp-er). Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-register) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp. 2.. Als de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in lid 1 onder a, b of c, is sprake van informele hulp. 3.. Als de jeugdhulp geboden wordt door een persoon uit het sociaal netwerk van de budgethouder, is altijd sprake van informele hulp. 4.. Informele hulp/ondersteuning: Inzet van het sociaal netwerk met een vergoeding vanuit een Pgb kan alleen in situaties waarin: De opgroei- en opvoedproblematiek niet op eigen kracht kan worden opgelost én Het de gebruikelijke hulp overstijgt én Mantelzorg geen passende oplossing biedt én Er geen mogelijkheden zijn in de vorm van een andere voorziening of algemene voorziening én Er geen sprake is van verblijfscomponent middel of verblijfscomponent hoog én Inzet van vrijwilligers(werk) niet mogelijk is én Dit aantoonbaar tot een beter resultaat leidt en aantoonbaar doelmatiger is dan formele ondersteuning of zorg in natura. 5.. De zorgaanbieder die ondersteuning vanuit een Pgb biedt mag niet tevens de rol van cliëntondersteuner ten opzichte van de jeugdige en/of ouder(s) hebben (gehad). 6.. Indien vanuit een Pgb informele ondersteuning wordt ingezet moet er samen met het Pgb-plan een (geldige) Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) ingeleverd worden, tenzij de persoon die de informele ondersteuning biedt de gezaghebbende ouder is. 7.. Het is toegestaan dat de jeugdige en/of ouder(s) samen met anderen ondersteuning inkoopt met het Pgb. Het ondersteuningsplan, de aanvraag, het Pgb-plan, de beschikking en de verantwoording blijft wel individueel. 8.. Om te bepalen of met informele ondersteuning het beoogde resultaat behaald kan worden, worden de volgende aspecten gewogen: Kan de jeugdige en/of ouder(s) zijn keus om een informele ondersteuning in te schakelen voldoende motiveren. Heeft de zorgaanbieder die de informele ondersteuning gaat bieden op geen enkele wijze druk uitgeoefend op de jeugdige en/of ouder(s) bij zijn keuze. Is de zorgaanbieder die de informele ondersteuning gaat bieden in staat om het type, de omvang, de frequentie en de duur van de ondersteuning te bieden. Wordt de kwaliteit van de geboden ondersteuning voldoende geborgd. Overschrijdt de totale belasting van de zorgaanbieder die informele ondersteuning biedt (gebruikelijke hulp, mantelzorg, betaald en onbetaald werk en persoonlijke omstandigheden) niet het redelijke. De mogelijkheid om een keer over te kunnen slaan of de mogelijkheid om tijdelijk de ondersteuning uit handen te kunnen geven in geval van vakantie of ziekte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel