Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.1

Artikel 5.1.1

Geval van ernstige bodemverontreiniging

Onderdeel van Nota bodembeheer gemeente Asten 2022

Indien sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, is de ODZOB namens de provincie Noord-Brabant bevoegd gezag Wet bodembescherming. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging indien voor ten minste één stof het gemiddelde gemeten concentratie van minimaal 25 m3 bodemvolume in het geval van een grondverontreiniging, of 100 m3 poriënverzadigde bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. Er kunnen gevallen zijn waarbij de interventiewaarde niet wordt overschreden en er toch sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Ook in het geval van verontreinigingen met stoffen waarvoor geen interventiewaarde is afgeleid kan sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. Voor asbest is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien het gehalte aan asbest (gewogen) in de grond de interventiewaarde 100 mg/kg ds overschrijdt. In tegenstelling tot andere stoffen geldt voor asbest geen volumecriterium. Als een geval van ernstige verontreiniging is vastgesteld, dan is er sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. Er dient dan te worden bepaald of er sprake is van onaanvaardbare risico’s bij het huidige of toekomstig gebruik, in welk geval er spoedig moet worden gesaneerd. De spoedeisendheid wordt bepaald door middel van de uitvoering van een risicobeoordeling, waarbij vastgesteld wordt of sprake is van onaanvaardbare actuele humane, ecologische of verspreidings-risico’s. De volgende gevallen van kunnen zich voordoen: Geval van ernstige bodemverontreiniging dat met spoed gesaneerd dient te worden (spoedlocatie). De ODZOB zal een saneringsverplichting opleggen, met een termijn waarbinnen de bodemsanering uitgevoerd zal moeten worden (veelal binnen 4 jaar na het afgeven van de beschikking ‘ernst en spoed’). Geval van ernstige bodemverontreiniging dat niet met spoed gesaneerd dient te worden. Het is niet noodzakelijk om deze bodemverontreiniging direct te saneren. Het saneren kan plaatsvinden op een ‘natuurlijk’ moment, zoals bij (her)ontwikkeling of graafwerkzaamheden op een locatie. Indien een geval van (mogelijk) ernstige bodemverontreiniging wordt aangetroffen binnen de gemeente, dan meldt de gemeente dit bij het bevoegd gezag (Art. 41, Wbb). Een groot deel van de saneringen wordt uitgevoerd onder het Besluit Uniform Saneren (BUS), waarbij volstaan kan worden met een melding voorafgaand aan de sanering. Het BUS is een landelijke uniforme regeling voor eenvoudige, gelijksoortige saneringen die in korte tijd middels diverse standaardaanpakken kunnen worden afgerond. De grotere en meer gecompliceerde gevallen lopen via het Wbb-spoor, waarvoor een saneringsplan moet worden opgesteld. Indien een bodemsanering wordt uitgevoerd, moet de bodem ten minste geschikt gemaakt worden voor de functie die de locatie krijgt na sanering, waarbij het risico voor mens, plant of dier als gevolg van blootstelling aan de verontreiniging zoveel mogelijk wordt beperkt. Daarnaast moet het risico voor verspreiding en de noodzaak tot het nemen van maatregelen en beperkingen in het gebruik van de bodem (de nazorg) zo veel mogelijk beperkt worden (art. 38 Wbb). Bovenstaande geldt niet voor een BUS-melding tijdelijk uitplaatsen (BUS-TUP). Hierbij blijft de verontreinigingssituatie ongewijzigd. Wel moet een melding BUS-TUP worden ingediend om te waarborgen dat civieltechnische werkzaamheden op een milieuhygiënisch verantwoorde wijze worden uitgevoerd. De terugsaneerwaarden voor immobiele verontreinigingen dient bij voorkeur aan te sluiten bij de lokale bodemfunctieklasse uit de gemeentelijke bodemfunctieklassenkaart. Hiervan mag bij een saneringsplan gemotiveerd worden afgeweken (bij BUS-melding is afwijken niet mogelijk). Het aanvullen van een saneringsput valt onder het Besluit bodemkwaliteit, de aanvulgrond moet daardoor voldoen aan de gemeentelijke kwaliteitseisen (zie hoofdstuk 2 en 3). Bij een saneringsplan kan ook hier gemotiveerd van worden afgeweken. De sanering van mobiele verontreinigingen moet leiden tot een kwaliteit van grond en grondwater die het gewenste gebruik van de boven- en ondergrond mogelijk maakt, de risico’s van de verspreiding van (rest)verontreinigingen na sanering zo veel mogelijk beperkt en zo min mogelijk nazorg vereist. Dit kan worden beschouwd als een ‘stabiele, milieuhygiënisch acceptabele eindsituatie’. De precieze invulling hiervan hangt af van de kosteneffectiviteit van de sanering (afweging van onder andere kosten, technische mogelijkheden en eventuele nazorg voor de verontreiniging die achterblijft). Indieningsvereisten Om een bodemverontreiniging te saneren dient een saneringsplan of een melding Besluit Uniforme Sanering (BUS-melding) [8,9] ter beoordeling ingediend te worden bij de ODZOB. De standaard beoordelingstermijn voor een saneringsplan is 15 weken en voor een BUS-melding afhankelijk van het type melding 5 werkdagen (alleen voor categorie tijdelijk uitplaatsen waarvoor geen milieukundige begeleiding is vereist) of 5 weken (alle overige gevallen). De bodemsanering dient uitgevoerd te worden door een SIKB-BRL7000 [42] gecertificeerde aannemer en (in de meeste gevallen) begeleidt te worden door een SIKB-BRL 6000 [43] milieukundige begeleider. Na afronding van de bodemsanering dient binnen 8 weken een saneringsverslag of BUS-evaluatieformulier ingediend te worden bij de ODZOB. Namens de provincie Noord-Brabant beoordeelt de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) de saneringsplannen en saneringsevaluaties. Voor de juiste wijze van indienen wordt verwezen naar de website van de ODZOB (www.odzob.nl). Omgevingswet Bij het ingaan van de Omgevingswet zal er een bevoegdheidsverschuiving plaatsvinden. De gemeente Asten wordt dan bevoegd gezag voor gevallen van ernstige bodemverontreiniging met uitzondering van de gevallen waarvoor al een beschikking is genomen dat spoedige sanering noodzakelijk is of waarvoor al een saneringsplan of BUS-melding is ingediend en voor grondwaterverontreinigingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel