De veroorzaker van bodemverontreinigingen welke ontstaan zijn ná 1 januari 1987 en voor asbest ná 1 juli 1993 buiten Wm-inrichtingen, is verplicht om verdere aantasting van de bodem te voorkomen en de aantasting zo veel mogelijk ongedaan te maken. Indien de verontreiniging is ontstaan als gevolg van een calamiteit (ongewoon voorval) dienen de maatregelen direct genomen (zonder uitstel) te worden om verdere verspreiding te voorkomen. Dit heeft alleen zin als de verontreiniging kort geleden is ontstaan en het eenvoudig is op te ruimen door middel van ontgraving.
Degene die de bodemverontreiniging veroorzaakt of opmerkt meldt dit aan het bevoegd gezag (ODZOB) en geeft aan welke maatregelen worden genomen om de verontreiniging ongedaan te maken (art. 27 Wbb). De melding kan gedaan worden via bodemloket@odzob.nl.
In het geval van een calamiteit (ongewoon voorval) moet de veroorzaker in de gelegenheid gesteld worden om de benodigde maatregelen te nemen om de verontreiniging ongedaan te maken. Als de geboden spoed zich hiertegen verzet, kan het bevoegd gezag acties (laten) uitvoeren en deze later in rekening brengen bij de veroorzaker. Er is sprake van rauwelijkse bestuursdwang (art 5.24 Algemene wet bestuursrecht) [6]. De veroorzaker moet wel zo spoedig mogelijk schriftelijk aansprakelijk worden gesteld.
De ODZOB is het bevoegde gezag voor het beoordelen en handhaven van deze nieuwe bodemverontreinigingen.
Indieningsvereisten
Om een nieuwe bodemverontreiniging te saneren dient een plan van aanpak ter beoordeling ingediend te worden bij de ODZOB. In geval van een calamiteit kan direct gestart worden met de sanering en is een melding voldoende.
De bodemsanering zal uitgevoerd moeten worden door een SIKB-BRL7000 gecertificeerde aannemer en begeleidt dienen te worden door een SIKB-BRL 6000 milieukundige begeleider. Uitzondering hierop vormen situaties waarin direct handelen is vereist (calamiteiten). In deze situatie hoeft de aannemer niet gecertificeerd te zijn volgens SIKB-BRL7000 (bereddering), de milieukundige begeleider bepaald de ontgravingsgrenzen en verzorgt de eindbemonstering.
Na afloop van de graafwerkzaamheden zal binnen een termijn van 8 weken een saneringsevaluatie ter beoordeling aangeleverd moeten bij de ODZOB.
De meldingen, het plan van aanpak en de saneringsevaluatie kunnen ingediend worden via bodemloket@odzob.nl.
Regeling verwijdering calamiteuze stoffen (Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, 23-12-2019)
De “Regeling Verwijdering Calamiteuze Stoffen” (hierna RVCS) [45] is bedoeld om op een verantwoorde wijze gevaarlijke stoffen, onbekende stoffen en lege verpakkingen van gevaarlijke stoffen, die vrijkomen bij een calamiteit of onbeheerd worden aangetroffen of gedumpt (niet zijnde in een gebouw), af te voeren. Tevens is de RVCS bedoeld om de gevolgen van deze calamiteit of dumping voor de bodem ongedaan te maken.
De gemeente Asten heeft de RVCS vastgesteld waarmee regionaal dezelfde werkwijze wordt gehanteerd bij het aantreffen van calamiteuze stoffen (voornamelijk drugsafval). Indien er een calamiteit heeft plaats gevonden waarbij de bodem verontreinigd is geraakt, zal in overleg met de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant direct gestart worden met de bodemsanering.
De milieukundig begeleider stelt binnen één week na ontvangst van de analyseresultaten een briefrapport op over de uitvoering van de bodemsanering en stuurt dat ter beoordeling naar bodemloket@odzob.nl.
Voor een nadere toelichting over de werkwijze bij het aantreffen van calamiteuze stoffen wordt verwezen naar de RVCS.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.2
Artikel 5.2.1
Nieuwe bodemverontreinigingen buiten Wm-inrichtingen
Onderdeel van Nota bodembeheer gemeente Asten 2022