Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.4.

Artikel 5.4.2.

Wegbermen en spoor

Onderdeel van Nota Bodembeheer Midden-Holland en Zoetermeer 2016-2021

Wegbermen staan in het Bodem Informatie Systeem niet als verdachte locaties aangegeven. Van wegbermen is echter bekend dat deze verontreinigd kunnen zijn als gevolg van: depositie uitlaatgassen (PAK, lood); afstromend regenwater (minerale olie, PAK en lood); funderingsmateriaal (zware metalen en PAK); toepassing van teerhoudend asfalt (PAK); uitloging vangrails (zink). De bodemkwaliteitskaart wordt niet representatief geacht voor wegbermen van wegen buiten de bebouwde kom en van doorgaande wegen binnen de bebouwde kom. Dit betekent dat de ontgravingskaart (zie kaartbijlage 2) niet als bewijsmiddel kan worden gebruikt voor de kwaliteitsklasse van de grond die ter plaatse van deze bermen vrijkomt. De milieuhygiënische kwaliteit van uit bermen vrijkomende grond, waarvan men voornemens is om deze elders opnieuw toe te passen, dient derhalve altijd met een onderzoek te worden aangetoond. Indien grond wordt toegepast in gemeentelijke wegbermen in de bebouwde kom (aanvulling) moet worden voldaan aan de LMW van de zone omdat deze wegen dikwijls dichtbij bebouwing of functie van het gebied zijn gesitueerd en ze hiermee rechtstreeks zijn te relateren aan de functie van het gebied. Voor de functieklasse van deze bermen wordt dus aangesloten bij de functieklasse van het omliggende gebied. Langs gemeentelijke wegen in het landelijk gebied is de generieke eis van schone grond relatief streng. Dit zou bijvoorbeeld kunnen leiden tot een schone strook grond (wegberm) in een verder diffuus verontreinigd gebied (veenweidegebied is veelal Klasse Wonen). Voor deze solitaire wegen in het landelijk gebied geldt daarom de kwaliteit van de betreffende zone als toepassingseis (bodemkwaliteitsklasse, tabel 3.1). Dit geldt ook voor wegen die door het waterschap in beheer zijn (in de Krimpenerwaard zijn nagenoeg alle wegen buiten de bebouwde kom in beheer bij het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard). Voorbeeld: Langs een gemeentelijke weg in het landelijk gebied moeten de bermen worden opgehoogd. De weg ligt in zone 19. De LMW voor deze zone is landbouw/natuur (zie tabel 5.1). De bodemkwaliteit voor deze zone is Klasse Wonen (tabel 3.1). Voor de kwaliteit van de toe te passen grond in de berm mag worden afgeweken van de LMW en mag voldoen aan de Klasse Wonen. Indien grond wordt toegepast in bermen van provinciale wegen, rijkswegen en spoorbanen (als aanvulling) mag dit gebeuren met kwaliteit Industrie, omdat dergelijke wegbermen als gevolg van het grote aantal voertuigen en intensieve gebruik verontreinigd zullen raken. Dit is in lijn met de wetgeving voor Grootschalige Bodem Toepassingen (GBT’s)10Besluit bodemkwaliteit, artikel 63, lid 6. Uitzondering zijn wegbermen die zijn gelegen in milieubeschermingsgebieden voor grondwater. Daar moet eerst de ontvangende bodem worden onderzocht. Alleen indien deze de kwaliteit Industrie heeft, mag er Klasse Industrie worden toegepast. In tabel 5.3 zijn de regels voor het ontgraven en toepassen van grond in en op wegbermen en spoorgebonden gronden samengevat.4 Voor de begrenzing van de bermen wordt aangesloten bij figuur 5.1. Deze is afkomstig uit een brief van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat [10]. Voor alle toepassingen is een maximum gesteld van 10 meter vanaf de rand van de verharding. Figuur 5.1: begrenzing wegbermen. Tabel 5.3: beleid voor wegbermen en spoor bij ontgraven en toepassen. Soort wegberm Ontgraven Toepassen op berm Kwaliteit bepalen door: Toepassingseis Binnenwegen bebouwde kom of onverhard BKK Functie (tabel 5.1) Doorgaande wegen in bebouwde kom2 Partijkeuring1 Functie (tabel 5.1) Gemeentelijke verharde wegen in landelijk gebied Partijkeuring1 BKK (tabel 3.2) Provinciale wegen door een zone met bebouwing Partijkeuring1 Functie (tabel 5.1) Provinciale wegen, rijkswegen en spoorgebonden gronden Partijkeuring1 Industrie 3 1 Indien er wordt ontgraven en opnieuw binnen dezelfde berm wordt hergebruikt volstaat een NEN 5740 (VED-HE). De diepte tot waarop het bodemonderzoek wordt uitgevoerd is de voorgenomen ontgravingsdiepte. 2 meer dan 10.000 motorvoertuigen per etmaal. 3 uitgezonderd milieubeschermingsgebieden voor grondwater (zie ook paragraaf 5.3.6)

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel