**1..** De vergaderingen van de commissie zijn besloten. Alle stukken van de commissie zijn geheim. Dit wordt op de stukken vermeld.
**2..** De voorzitter van de commissie wijst in elke vergadering op de geheimhoudingsplicht, die rechtstreeks voortvloeit uit artikel 61c van de Gemeentewet.
**3..** De commissie legt in elke vergadering en elk gesprek, met toepassing van artikel 86 van de Gemeentewet, geheimhouding op over de inhoud van de stukken en het behandelde tijdens de vergadering of het gesprek. De voorzitter van de commissie ziet erop toe dat hieraan wordt voldaan.
**4..** De geheimhoudingsplicht brengt onder meer mee dat aan raadsleden, die geen zitting (meer) hebben in de commissie, en aan anderen, behoudens het bepaalde in artikel 9 van deze verordening, geen inzage in, of informatie omtrent de inhoud van de stukken of het behandelde ter vergadering of in het gesprek wordt verstrekt.
**5..** De in dit artikel bedoelde geheimhouding brengt met zich mee dat de leden van de commissie noch mondeling, noch schriftelijk inlichtingen over de kandidaten inwinnen bij of geven aan derden.
**6..** De voorzitter van de commissie heeft de bevoegdheid een lid van de commissie te ontslaan indien de geheimhouding niet in acht wordt genomen. De voorzitter dient hierover na afloop van de procedure verantwoording af te leggen aan de raad.
**7..** De griffier draagt er zorg voor dat alle schriftelijke informatie over kandidaten onder strikte geheimhouding wordt gedeeld met de leden van de commissie en ook weer wordt ingenomen.
**8..** De geheimhoudingsplicht blijft na ontbinding van de commissie van kracht.
**9..** Het in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de secretaris en de adviseur.