Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK › Paragraaf

Artikel 33.

Artikel 33.

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost

1.. Een voorstel tot wijziging van deze gemeenschappelijke regeling kan worden gedaan door het Algemeen Bestuur of door de colleges van ten minste vijf van de deelnemende gemeenten. 2.. De gemeenschappelijke regeling wordt gewijzigd indien de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten, na verkregen toestemming van de gemeenteraden, daartoe eensluidend besluiten. 3.. De gemeenschappelijke regeling kan slechts worden opgeheven voor zover dit op grond van artikel 8 jo. artikel 9 van de Wet mogelijk is. Een besluit tot opheffing van deze gemeenschappelijke regeling wordt niet genomen voordat de colleges van burgemeester en wethouders van alle deelnemende gemeenten daartoe hebben besloten. 4.. Ingeval van opheffing van de gemeenschappelijke regeling besluit het Algemeen Bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regelen. Daarbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken. 5.. Het liquidatieplan wordt door het Algemeen Bestuur, nadat de raden van de deelnemende gemeenten hun zienswijze hebben kunnen inbrengen, vastgesteld. 6.. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de beëindiging heeft voor het personeel. 7.. Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de deelnemende gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van het samenwerkingsverband. 8.. Het Dagelijks Bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie. 9.. De organen van het openbaar lichaam blijven ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie volledig is voltooid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel