Direct voorafgaand aan de opening van de vergadering spreekt de voorzitter of waarnemend voorzitter het volgende openingsgebed uit:
“Almachtige Schepper van hemel en aarde, voorafgaand aan onze raadsvergadering komen wij tot U om een zegen te vragen over onze vergadering. Geef dat wij beseffen dat wij dit werk mogen doen in afhankelijkheid van U en tot welzijn van onze inwoners. Wij bidden dit van U in de Naam van de Heere Jezus Christus, Amen.”
Direct na sluiting van de vergadering spreekt de voorzitter of waarnemend voorzitter het volgende dankgebed uit:
“Almachtige God, na afloop van onze raadsvergadering zeggen wij u hartelijk dank voor alles wat u ons gegeven hebt. Wij bidden om uw zegen over de genomen besluiten. Vergeef al het verkeerde en geef verder kracht en wijsheid aan ieder van ons. Wij bidden dit van u in de Naam van de Heere Jezus Christus, Amen.”
De voorzitter of waarnemend voorzitter nodigt de aanwezige raadsleden uit het ambtsgebed staande aan te horen.
HOOFDSTUK 3. › Paragraaf 2.
Artikel 12.
Ambtsgebed
Onderdeel van REGLEMENT VAN ORDE VOOR VERGADERINGEN EN ANDERE WERKZAAMHEDEN VAN DE RAAD VAN DE GEMEENTE NUNSPEET 2022