Het principe ‘zorgen dat’ in plaats van ‘zorgen voor’ staat centraal. Dit betekent dat daar waar mogelijk gestimuleerd wordt dat de inwoner zelf huishoudelijke taken uit blijft voeren, of weer uit gaat voeren. Dit behoort tot de verantwoordelijkheid van de inwoner ten aanzien van diens eigen zelfredzaamheid en is dan ook niet vrijblijvend. Deze taken worden in ieder geval uitgevoerd op het moment dat de hulp aanwezig is . (3 En sluit aan op de functieomschrijving van de hulp bij het huishouden in de cao-VVT (3.2. A 4 b): Op dit niveau werk je meer samen met de cliënt, die vanuit zelfredzaamheid zoveel mogelijk zelf doet. Je overlegt met de cliënt over zijn/haar eigen mogelijkheden en stemt de werkzaamheden en de volgorde van het werk met de cliënt af. Je signaleert en rapporteert bijzonderheden in de huishouding van de cliënt. Deze functie kan je ook, al dan niet in samenwerking met andere zorg- of hulpverleners en/of mantelzorgers/ gezinsleden, uitvoeren in gezinnen, waarbij de andere gezinsleden zelfstandig zijn. ) Samen schoonmaken is daarmee ook een sociale bezigheid.
Wanneer naar medische normen voor de aanwezige beperking(en) nog (deels) behandelmogelijkheden zijn die de zelfredzaamheid kunnen herstellen, wordt er alleen huishoudelijke ondersteuning toegekend
Voor dat deel dat de beperking in de zelfredzaamheid blijvend is
En voor dat deel wat de huishoudelijke ondersteuning niet anti-revaliderend werkt.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.2.