Artikel 1. Begripsomschrijving
1. In de beleidsregels wordt verstaan onder:
a. Bijzondere activiteiten en aangelegenheden: activiteiten en aangelegenheden die worden ondernomen of gevierd op scholen. Voorbeelden hiervan zijn een studiedagdeel voor het personeel, schoolreisje, schoolkamp, sportdag, sinterklaasviering, carnaval, religieuze feestdag, excursie, jaarafsluiting of een vrij dagdeel voorafgaand aan een feestdag of vakantie, voor zover deze niet is opgenomen in de schoolgids;
b. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Pekela;
c. schooljaar: het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaraanvolgend. Een schooljaar bestaat uit 200 dagen;
d. toetsdagen: schooldagen op het voortgezet (speciaal) onderwijs die worden aangewend voor het afnemen van toetsen, examens, tentamens en repetities en die leiden tot een aanpassing van het lesrooster van de leerling;
e. vergunninghouder: vreemdeling van 18 jaar of ouder die in Nederland een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft aangevraagd en als gevolg daarvan een verblijfsvergunning heeft ontvangen als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, b, c of d, van de Vreemdelingenwet 2000;
f. verordening: de Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Pekela 2022;
g. vervoerder: partij die namens de gemeente Pekela het aangepast vervoer verzorgt.
2. Alle overige begrippen hebben dezelfde betekenis als in de verordening.
Artikel 2. Co-ouderschap
Co-ouderschap is geen wettelijke term en wordt in deze beleidsregels als volgt omschreven. Ouders, al dan niet gescheiden, die niet bij elkaar wonen, kunnen afspreken om hun kind(eren) gezamenlijk te (blijven) verzorgen en opvoeden. Er is sprake van co-ouderschap als zowel de ene ouder, als de andere ouder in een regelmatige afwisseling de zorg voor het kind of de kinderen hebben. Bij co-ouderschap kan er recht zijn op een vervoersvoorziening conform de verordening voor de dagen dat de leerling bij de betreffende ouder verblijft. Voor de dagen dat een leerling bij een co-ouder verblijft buiten de gemeente Pekela, dient deze co-ouder voor deze dagen een aanvraag in te dienen bij het college van de plaats waar de leerling feitelijk verblijft.
Artikel 3. Definitie gehandicapte leerling
In artikel 1, aanhef en onderdeel f van de verordening is een definitie opgenomen voor gehandicapte leerling. Wanneer een leerling, ondanks zijn handicap zelf kan reizen met het openbaar vervoer, is deze in de zin van de verordening geen gehandicapte leerling. De beperking die de leerling door de handicap ervaart moet structureel van aard zijn, in ieder geval langer dan drie maanden duren. Wanneer de beperking met medicijnen ter verbeteren is, is er geen sprake van een beperking in de zin van de verordening. Van een beperking als bedoeld in de verordening is alleen sprake wanneer deze structureel en niet behandelbaar is.
Artikel 4. Enkeljarig of meerderjarig toekennen vervoersvoorziening aangepast vervoer
1. Het college kan aangepast vervoer voor meerdere jaren toekennen als:
a. de leerling een school voor speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra bezoekt. Het aangepast vervoer kan worden toegekend tot de einddatum van de geldigheid van de toelaatbaarheidsverklaring die door het samenwerkingsverband voor scholen van cluster 3 en 4 of door de commissie van onderzoek voor scholen van cluster 1 en 2 wordt afgegeven;
b. de leerling een school voor speciaal basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs bezoekt, de leerling een handicap heeft als bedoeld artikel 3 van deze beleidsregels en op voorhand aannemelijk is dat deze handicap gedurende de geldigheid van de toelaatbaarheidsverklaring zal blijven voortduren. Het aangepast vervoer kan worden toegekend tot de einddatum van de geldigheid van de toelaatbaarheidsverklaring die door het samenwerkingsverband voor scholen voor primair onderwijs wordt afgegeven.
2. Voor een leerling die de leeftijdsgrens van 12 jaar heeft bereikt en een school bezoekt als genoemd in het eerste lid, wordt jaarlijks een vervoersvoorziening toegekend, tenzij uit ingewonnen medisch advies blijkt dat aangepast vervoer voor een langere periode kan worden toegekend. Dit is uitsluitend het geval als uit het medisch advies blijkt dat het zeer waarschijnlijk is dat de leerling door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap blijvend is aangewezen op aangepast vervoer.
Artikel 5. Medische keuring
1. Het college kan voor de bepaling van het vermogen van de leerling om te reizen een medische keuring door een onafhankelijk arts laten uitvoeren.
2. De kosten voor de medische keuring zijn voor rekening van de gemeente.
3. Als de leerling opgeroepen wordt voor een keuring en zonder afmelding met opgaaf van reden, tenminste 24 uur vóór de keuring, niet verschijnt op het spreekuur, dan wordt – behoudens overmacht - de aanvraag om een vervoersvoorziening afgewezen. In het geval het niet verschijnen voor de keuring het gevolg is van overmacht wordt dit door de ouders schriftelijk of per e-mail gemotiveerd aan het college gemeld.