Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Herziening, opschorting, intrekking of terugvordering van de vervoersvoorziening

Onderdeel van Beleidsregels bekostiging leerlingenvervoer gemeente Pekela 2022

Artikel 21. Melden van wijzigingen die van invloed kunnen zijn op de toegekende vervoersvoorziening 1. Ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling dienen de volgende wijzigingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de verordening schriftelijk aan het college door te geven: a. de woning van de leerling wijzigt; b. er is sprake van een (nieuw) co-ouderschap; c. de leerling bezoekt een andere school, al dan niet op hetzelfde adres als de voorgaande school; d. de leerling maakt gebruik van aangepast vervoer en is in staat om al dan niet zelfstandig gebruik te maken van het openbaar vervoer; e. de leerling zal voorzienbaar langer dan een week geen gebruik maken van het aangepast vervoer of van het openbaar vervoer. 2. Ouders of de meerderjarige handelingsbekwame leerling geven de wijzigingen als bedoeld in het eerste lid uiterlijk binnen drie werkdagen door vanaf het moment dat zij redelijkerwijs op de hoogte kunnen zijn van de wijziging. Artikel 22. Terugvordering 1. Het college kan gebruik maken van de mogelijkheid om ten onrechte genoten bekostiging van ouders terug te vorderen, dan wel te verrekenen bij een eventuele nieuw verstrekte vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 7, zesde lid van de verordening. 2. Verrekening met een nieuw verstrekte vervoersvoorziening geniet de voorkeur. 3. Als verrekening als bedoeld in het tweede lid niet of niet volledig mogelijk is, zal het bedrag dat resteert van de ten onrechte genoten bekostiging teruggevorderd worden van de ouders. 4. Dit artikel heeft enkel betrekking op de vordering die verband houdt met ten onrechte ontvangen tegemoetkoming leerlingenvervoer. Er kan geen cumulatie plaatsvinden met vorderingen uit andere hoofde. Artikel 23. Ontzeggen van de toegang tot het vervoer 1. Bij wangedrag van een leerling als bedoeld in artikel 7, vierde lid, aanhef en onderdeel d van de verordening, kan een leerling (tijdelijk) de toegang tot het aangepast vervoer ontzegd worden. 2. Voordat overgegaan wordt tot een ontzegging, worden de volgende stappen ondernomen: a. indien er sprake is van meerdere klachten dan wel aanhoudende klachten maakt de vervoerder melding van de klachten bij het college. Het college start vervolgens een onderzoek; b. in het kader van dit onderzoek zal het college in gesprek gaan met de ouders van de leerling en, als hier aanleiding voor bestaat, de vervoerder, de chauffeur en/of de school; c. indien uit het onderzoek blijkt dat een leerling de (verkeers)veiligheid in gevaar brengt, en/of andere inzittenden pest of intimideert, waaronder eveneens seksuele intimidatie wordt verstaan, en/of vernielingen in het voertuig aanricht, volgt er een eerste waarschuwingsbrief aan de ouders en wordt er in overleg gekeken naar mogelijke oplossingen om herhaling te voorkomen; d. indien het gedrag als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel c aanhoudt, volgt er een tweede waarschuwingsbrief. Tevens wordt er in deze fase een extra zitplaats in het aangepast vervoer georganiseerd voor begeleiding van de leerling door een ouder of begeleiding door ouders georganiseerd. Als er een begeleider meegaat anders dan een ouder en hier (loon)kosten aan verbonden zijn, zijn de kosten voor de ouders; e. indien het gedrag als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel c aanhoudt, wordt de leerling de toegang tot het aangepast vervoer ontzegd voor ten minste twee volle schoolweken; f. indien na hervatting van het aangepast vervoer het gedrag als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel c aanhoudt kan de leerling worden uitgesloten van het vervoer tot het einde van het schooljaar met een minimum van één maand (exclusief vakanties). 3. Het college kan één of meerdere stappen als bedoeld in het tweede lid overslaan als de ernst van gedragingen hier volgens het college aanleiding toe geeft. 4. Indien ouders na ontzegging van de toegang tot het aangepast vervoer als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel f, opnieuw gebruik willen maken van het leerlingenvervoer dan moet een nieuwe aanvraag worden ingediend. 5. Gedurende de periode dat een leerling de toegang is ontzegd tot het aangepast vervoer hebben de ouders geen recht op bekostiging van leerlingenvervoer.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel