Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 8

Saneringskrediet Perspectief Traject Jongvolwassene (PTJ)

Onderdeel van Beleidsregels pilot perspectief traject jongvolwassenen (PTJ)

1.. Het proces voor het verstrekken van een saneringskrediet PTJ wordt opgestart en de opdracht verstrekt zodra cliënt en betrokken hulpverlener(s) het bij de beschikking vastgestelde Plan van aanpak PTJ ondertekend hebben toegestuurd aan de consulenten. Het volgen van het Plan van Aanpak PTJ is niet vrijblijvend voor cliënt. 2.. De hoogte van het saneringskrediet PTJ bedraagt maximaal 5% van de maandelijkse normbedragen Algemene bijstand volwassenen (21 jaar, Participatiewet) X 36 maanden. 3.. De rente die Kredietverstrekker hanteert, dient te worden verwerkt in het Saneringskrediet PTJ. Dat wil zeggen dat de verschuldigde rente in mindering wordt gebracht op wat de schuldeisers krijgen. Dit is conform een regulier saneringskrediet dat verstrekt wordt door Kredietverstrekker. 4.. Consulenten doen een bemiddelingsvoorstel aan schuldeisers op basis van het vastgestelde saneringskrediet PTJ. Dit bemiddelingsvoorstel gaat, zoals bij een regulier saneringskrediet, om het in één keer afkopen van de restschuld bij de schuldeisers. Schuldeisers krijgen bij akkoord het bedrag in één keer uitgekeerd. Er blijft dan nog één restschuld over, namelijk het verstrekte saneringskrediet PTJ, waar de overige schulden mee zijn afgekocht. De wijze van aflossen van dit krediet staat in lid 6. 5.. Indien een saneringskrediet JTP verstrekt wordt voor een cliënt, geeft het college een akte van borg af en stuurt cliënt beschikking bijzondere bijstand hierover. 6.. In het Plan van Aanpak PTJ zijn afspraken gemaakt over de wijze van aflossen van het Saneringskrediet PTJ, gebaseerd op de hoogte van afloscapaciteit van de cliënt en de beoogde doelen qua toekomstperspectief. Uitgangspunten zijn: Dat de gemeente het bedrag van het verstrekte saneringskrediet PTJ, (ofwel de restschuld die overblijft na het afkopen van de schulden), zoals genoemd in lid 2, 3 en 4, op zich neemt, in zoverre er sprake is van geen afloscapaciteit, zoals verwoord in artikel 1, sub a en sub b. Indien er sprake is van een afloscapaciteit van € 10 of meer per maand: gebruikt de cliënt deze afloscapaciteit voor in ieder geval twee jaar om daadwerkelijk een deel van het saneringskrediet PTJ af te lossen. Indien de cliënt gedurende twee jaar netjes aflost en houdt zich aan zijn afspraken, hoeft de cliënt niet voor het derde jaar af te lossen. De gemeente draagt de kosten voor de rest van het verstrekte Saneringskrediet JTP Ongeacht de afloscapaciteit worden er met cliënt afspraken gemaakt over het werken aan toekomstperspectief, waaraan cliënt zich moet houden. Dit wordt gezien als de tegenprestatie die door cliënt geleverd wordt, voor het feit dat de gemeente de kosten voor het saneringskrediet/het wegnemen van schuldenstress (grotendeels) draagt. Eveneens wordt dit gezien als een investering op de maatschappelijke positie van de Cliënt. De afspraken over inzet voor toekomstperspectief zijn realistisch en passend voor cliënt. Cliënt houdt zich aan deze afspraken. Het kan zijn dat zich omstandigheden voordoen waardoor deze afspraken wellicht aangepast moeten worden. Dit gebeurt altijd in afstemming met de consulent en de betrokken hulpverlener en wordt gevolgd door een aangepast plan van aanpak dat ondertekend wordt door alle partijen. Een traject duurt, net als reguliere schuldhulpverleningstrajecten, in principe 3 jaar. Na 2 jaar volgt een ijkmoment om te kijken wat er in het derde jaar nog nodig is aan ondersteuning en aflossing. Over de duur en ‘afschaalmomenten’ kunnen afwijkende afspraken worden gemaakt in het plan van aanpak.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel