Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2

Wet geluidhinder

Onderdeel van Nota geluidbeleid

In de Wet geluidhinder en de daarbij behorende besluiten, richtlijnen en circulaires zijn bepalingen opgenomen voor toelaatbare geluidsniveaus in zones langs wegen, spoorwegen en gezoneerde industrieterreinen. Ook de sanering van geluidsoverlastsituaties die in het verleden zijn ontstaan zijn geregeld in deze wet. Daarnaast warden in de Wet geluidhinder regels gesteld voor de geluidspraductie van toestellen. De huidige wetgeving is gebaseerd op voorkeursgrenswaarden en maximale grenswaarden per geluidsbron, waaraan moet warden getoetst binnen vastgestelde zones random een geluidsbron. Ruimte voor eigen beleidsregels is mogelijk. De grenswaarden verschillen per situatie en zijn weergegeven in onderstaande tabel. Grenswaarden volgens Wet geluidhinder Wet geluidhinder; grenswaarden (etmaalwaarde en Iden) bron Voorkeurgrenswaarde maximale grenswaarde bestaande bron nieuwe bron nieuwe + geprojecteerde woninqen vervangende nieuwbouw bestaande woningen nieuwe + geprojecteerde woninqen bestaande woningen wegverkeer stedelijk (dB)lden 48 63 68 68 58 63 wegverkeer buitenstedelijk (dB)lden 48 531) n.v.t. 68 53 58 Industrie (dB)A 50 55 65 65 55 60 1) agrarische bedrijfswoning: 60 dB(A) Sanering Voor bestaande situaties waarvoor de grenswaarden worden overschreden is een saneringsregeling van toepassing. Voor wegverkeerslawaai betekent dit dat woningen die in 1986 een geluidsbelasting van 66 dB(A) of hoger ondervonden op de A-lijst zijn geplaatst. De B-lijst bevat de woningen met een geluidsbelasting van 61 tot 65 dB(A). Woningen met een te hoge geluidbelasting vanwege spoorweglawaai vormen de raillijst. De woningen geplaatst op de A-lijst en raillijst, zijn in Soest al gesaneerd. Voor sanering is gefaseerd subsidie beschikbaar via de ISV-budgetten. Sinds 2010 mag dit alleen nog worden aangewend voor A-lijstwoningen. In 2017 moeten alle A-lijst woningen in Nederland zijn gesaneerd, waarna in principe de B-lijst aan de beurt komt. Sanering kan zowel bestaan uit bron­ als overdrachtsmaatregelen als uit de geluidsisolatie van de gevels van de woningen. De laatste sanering van woningen met een te hoge geluidsbelasting vanwege railverkeerslawaai in Soest, heeft plaats gevonden in de periode 2009-2010. Wijzigingen in de wetgeving per 1 januari 2007 De Wet geluidhinder zal fasegewijs warden aangepast aan nieuwe inzichten en de Europese Richtlijn voor de evaluatie en beheersing van Omgevingslawaai (ERO). De eerste fase is op 1 januari 2007 ingevoerd. De wijzigingen in deze eerste fase hadden met name betrekking op: het aanpassen van de hogere grenswaardenprocedure waardoor de bevoegdheid hiervoor grotendeels bij de gemeenten komt te liggen (geldt niet voor woningen langs rijks- en provinciale wegen en bedrijfsterreinen van regionaal belang); het invoeren van een nieuwe dosismaat voor geluid (Lden), behalve voor industrielawaai; het onder de werking van de zoneringsbepalingen brengen van 30 km/uur-wegen. Ontwikkelingen Op 30 oktober 2009 heeft de ministerraad ingestemd met de geluidproductieplafonds voor de Rijks- en spoorwegen. Het wetsvoorstel Geluidproductieplafonds Rijksinfrastructuur (Swung I), is op 16 september 2011, samen met de Invoeringswet geluidproductieplafonds, naar de eerste kamer gezonden. In de loop van 2011 zal bij koninklijk besluit warden bepaald wanneer de wetsvoorstellen in werking treden. De verwachting is dat dit per 1 januari 2012 het geval zal zijn. Aansluitend is er een wetswijziging in voorbereiding ten aanzien van de provinciale en gemeentelijke wegen, Swung II. In deze wetswijziging zal tevens de wetgeving ten aanzien van geluid warden vereenvoudigd, het Normenhuis zal warden herzien en de lagere overheden zullen meer beleidsvrijheid krijgen. Het preventieve karakter van de Wet geluidhinder zal daarbij in stand blijven.

Rechtspraak bij dit artikel