In het voertuig waarvoor ontheffing is aangevraagd is apparatuur aangebracht die vast met het voertuig is verbonden en die in de directe omgeving van de uit te voeren werkzaamheden beschikbaar moet zijn.
Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld bouwkranen, zendwagens van radio en tv, compressoren,hoogdrukapparatuur en lasapparatuur. Hierbij geldt dat aantoonbaar moet zijn dat de werkzaamheden niet op een andere wijze of (indien van toepassing) een ander moment kunnen plaatsvinden.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.2
DIRECTE VERBONDENHEID VAN HET VOERTUIG AAN DE UIT TE VOERENWERKZAAMHEDEN
Onderdeel van Beleidsregels Verkeersontheffingen