Een ieder die zich binnen het op de bij deze verordening behorende kaart aangemerkte gebied op een openbare plaats bevindt dient zich op eerste aanzegging van een ambtenaar van politie of buitengewone opsporingsambtenaar uit dit gebied te verwijderen, behoudens de bewoners van de in dit gebied gelegen woningen en de gebruikers van in dit gebied gelegen gebouwen.