Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.3

Inzet overleg en overreding

Onderdeel van Toezicht-en handhavingsbeleid Kinderopvang

GGD regio Utrecht maakt actief gebruik van de instrumenten overleg en overreding. Overleg betekent dat er een gesprek plaatsvindt tussen GGD en kinderopvanghouder om een geconstateerde overtreding op te lossen. Bij overreding beïnvloedt de GGD de houder met als doel de houder te overtuigen de tekortkoming op te lossen. Met deze instrumenten wordt handhaving door de gemeente voorkomen. Overleg en overreding worden ingezet in de periode dat het conceptinspectierapport opgesteld wordt. Als tijdens de inspectie overtredingen geconstateerd zijn die in aanmerking komen voor overleg en overreding, spreekt de GGD een termijn met de houder af waarbinnen deze opgelost dienen te zijn. Deze termijn is nooit langer dan 4 weken, zodat de GGD conform de wettelijke termijnen het rapport kan afronden. De inspecteur constateert in het definitieve rapport of de overtreding daadwerkelijk is verholpen. Er wordt expliciet vermeld voor welke overtreding(en) overleg en overreding is toegepast, wat de afspraken waren, welke hersteltermijn er was gegeven en of de afspraken wel of niet binnen de gestelde termijn zijn nagekomen. Als overtredingen in het kader van overleg en overreding niet zijn opgelost binnen de gestelde termijn, kan de GGD een schriftelijk bevel aan de houder geven. Dit geldt als een verzwarende omstandigheid bij de handhaving door de gemeente (er zal dan eerder worden gekozen voor het instrument van de bestuurlijke boete aangezien de houder al een mogelijkheid heeft gehad om de overtreding te beëindigen).

Rechtspraak bij dit artikel