Bouw- en andere werkzaamheden
Bij monumentale bomen (cat. 2) wordt géén vergunning verleend, tenzij sprake is van een zwaarwegend planologisch argument van algemeen belang. Daarbij geldt de juridische voorwaarde dat eerst aantoonbaar gekeken moet worden naar alternatieve ruimtelijke en boomkundige oplossingen om de monumentale boom te behouden. Tenminste één alternatief ontwikkelplan/ontwerp moet worden uitgewerkt, waarbij de boom wel behouden blijft. Hierbij moeten de technische (on)mogelijkheden, kosten en risico’s in beeld worden gebracht. Deze drie facetten moeten zowel vanuit boombelang als vanuit het belang van het ontwikkelplan worden beoordeeld. Daarvoor moet ook de monetaire waarde van de boom in beeld worden gebracht. Een bomeneffectanalyse (BEA) over de ruimtelijke inpassing van de monumentale boom en/of alternatieven voor boombescherming van een onafhankelijk en gecertificeerde boomdeskundige moet ter onderbouwing van de aanvraag van de vergunning voorhanden zijn.
Voor bomenstructuren (cat. 1) en waardevolle bomen (cat. 3) kan vergunning worden verleend, als sprake is van een maatschappelijk gewenst project, mits is aangetoond dat de boom/bomen in de planvorming uitdrukkelijk is/zijn meegewogen, er géén alternatieven zijn en het algemeen belang van het doorgaan van de plannen/ontwikkeling(en) groter is dan de per definitie grote waarde van de boom. Onder de alternatieven behoort ook de mogelijkheid van verplanten. In bijzondere gevallen kan voor een individuele boom in een laan een uitzondering worden gemaakt, mits de laan als geheel intact blijft.
Bij de bescherming van de overige openbare bomen en particuliere bomen oppercelen met een kaveloppervlakte van minimaal 175 m² (categorie 4- en 5-bomen) ligt de nadruk op de bomen die in potentie monumentaal zijn, de jongegezonde boom met een waarde of functie (= weigeringgrond).
Bij een dergelijke boom wordt eveneens alleen vergunning verleend voor het kappen als sprake is van een maatschappelijk gewenst project, mits is aangetoond dat de boom in de planvorming uitdrukkelijk is meegewogen, er géén haalbare alternatieven zijn en het belang van het doorgaan van de plannen/ontwikkeling(en) groter is dan de waarde van de boom. Tot de alternatieven behoort ook de mogelijkheid van verplanten.
In hoofdstuk 7 (Ruimtelijke ontwikkelingen) wordt nader ingegaan op de relatie tussen bomen en ruimtelijke ontwikkelingen / bouwen.
Hardheidsclausule
Het college van B&W kan in specifieke uitzonderingsgevallen eveneens een vergunning gehele of gedeeltelijke verlenen voor het kappen van een boom. Dit gebeurt wanneer naar het oordeel van het college van B&W het belang van realisatie van het bouwplan / de ontwikkeling binnen de gemeente Soest zwaarder weegt dan het behoud van de boom.
Overlast
Bepaalde verschijnselen die worden veroorzaakt door bomen (blad-/vruchtval) of samengaan met de aanwezigheid van bepaalde boomsoorten (wortelopdruk, zonlichtbelemmering, honingdauw, eikenprocessierups) kunnen als overlast worden ervaren. Echter als mensen kiezen om te wonen op plek met (grote) bomen, kunnen zij bomen met hun lusten en lasten verwachten. Een boom is een levend wezen. Bladval, zaadvorming en - verspreiding, bloemen, etc. horen bij een boom en zijn seizoensafhankelijk. Het eventuele ongemak dat daarvan wordt ervaren is tijdelijk en vormt géén reden voor het kappen van een boom.
Slechts als sprake is van een zeer uitzonderlijke situatie (onrechtmatige hinder) of bij zwaarwegende belangen én als aantoonbaar is dat behoud van de boom niet mogelijk is met alternatieve ruimtelijke en/of boomkundige oplossingen, wordt in geval van wortelopdruk of belemmering van zonlichttoetreding in de woning vergunning verleend voor het kappen van de boom. Bij twijfel kan zo nodig een “lichttest” worden gemaakt.
Het beleid ten aanzien van bomen en overlast wordt verder uitgewerkt in het Bomenbeleidsplan van de gemeente Soest.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.2
Artikel 5.2.1
Zwaarwegend (maatschappelijk) belang
Onderdeel van Nota bescherming en kap van bomen 2012