Benzine, diesel en LPG zijn in de mobiliteitssector de fossiele brandstoffen die we liever niet meer willen gebruiken. Om minder van deze brandstoffen te gebruiken zijn er verschillende alternatieven. Maar het gaat daarbij niet alleen om personenvervoer maar ook om transport over weg, spoor, water en door de lucht. Ook filevorming is een belangrijke oorzaak in het verhogen van de CO 2-uitstoot.
In het programma is dit de pijler waar we als gemeente de minste invloed op hebben. Op zowel Rijks- als provinciaal niveau worden strategieën uitgewerkt voor de mobiliteits-en transportsector. Vanuit de Klimaattafel mobiliteit, als onderdeel van het Klimaatakkoord, is de keuze gemaakt om mobiliteit geen onderdeel te laten zijn van de Regionale Energiestrategieën maar om provincies opdracht te geven om Regionale Mobiliteitsprogramma’s (RMP) op te stellen. Een RMP is, bekeken vanuit het concept Klimaatakkoord, een gezamenlijk gedragen programma waarin uitwerking gegeven kan worden aan mobiliteitsmaatregelen uit het Klimaatakkoord. Deze maatregelen zijn primair gericht op CO 2- reductie, maar tegelijk expliciet in bredere zin gericht op schonere, slimmere en andere mobiliteit. Daarnaast werkt provincie Utrecht al geruime tijd aan de uitvoering van haar Mobiliteitsplan. Met het Mobiliteitsplan beoogt de provincie een goede bereikbaarheid per fiets, openbaar vervoer en auto in een gezonde en verkeersveilige omgeving. In dit programma concentreren we ons op hetgeen waar we wel (enige) invloed hebben.
Binnen de pijler wonen en werken is er ook veel te bereiken als het gaan om gebruik van fossiele brandstoffen voor vervoersbewegingen. Voorlichting hierover is gewenst binnen de projecten in deze pijlers.
Personenvervoer
Het woon-werk verkeer is een grote uitstotende post waar we enige invloed op hebben. Door dichter bij het werk te gaan wonen, door de (elektrische)fiets, speed pedelec, het openbaar vervoer of een elektrische auto te kiezen brengen we deze uitstoot terug. Dit vraagt om een behoorlijke gedragsverandering van ontzettend veel mensen. Hiervoor moeten de overheden mede mogelijk maken dat alternatieven voor de benzine- en dieselauto aantrekkelijk zijn door te zorgen voor onder andere de juiste infrastructuur. Deze infrastructuur is ook prettig voor verkeersbewegingen in de privésfeer. Voor het werk-werkverkeer ligt er een kans bij werkgevers om fossiel vrije manieren aan te bieden om deze kilometers af te leggen. Daarbij is het van belang dat ook de ‘last mile’ van de reis ook goed met een (OV) fiets te reizen is. Daarom hebben we aandacht voor de fietsmogelijkheden op de bedrijventerreinen. Vanuit het Rijk wordt de fiscale stimulering van de fiets van de zaak weer ingevoerd.
Snelfietsroute ter hoogte van Palzerweg
Elektrisch rijden in versnelling
De transitie op het gebied van mobiliteit is in versnelling gekomen. De opgestelde prognoses elektrisch vervoer van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) worden naar verwachting snel overschreden. In de afgelopen jaren zijn tientallen volledig elektrische auto’s gelanceerd op de markt.
De aanschafwaarde van een elektrische auto ligt nu nog hoger dan een benzine-of dieselauto. Het gebruik van elektrische auto’s is wel voordeliger door lagere onderhoudskosten en de mogelijkheid om de stroom van eigen zonnepanelen te gebruiken. De verwachting is dat particulieren steeds meer elektrisch zullen gaan rijden, zeker ook door de aangekondigde Rijksstimulering. We verwachten daarom een forse stijging van het aantal elektrische auto’s in Soest. De prognose is dat er in 2020 al 1075 elektrische auto’s zijn in Soest waarvan er 482 (aangevuld met forenzen en bezoekers) gebruik willen maken van openbare laadpalen. Daarom moeten wij als gemeente zorgen dat er daadwerkelijk e-laadvoorzieningen kunnen komen in de openbare ruimte. Naast het elektrisch rijden op basis van een accu verwachten we ook elektrisch rijden op basis van waterstof.
E-laadpunt aan de Wilgenblik
Transportsector
De transportsector is ook een belangrijke uitstotende sector. Er zijn veel vervoersbewegingen in Soest voor aanlevering van goederen naar bedrijven en winkels en voor bijvoorbeeld het rondbrengen van pakketjes voor inwoners. Bij grote steden zien we overslagpunten ontstaan waarbij de vracht wordt overgeladen van een grote diesel vrachtwagen naar een kleiner elektrisch voertuig.
De inschatting is dat het schaalniveau van Soest geen ruimte geeft om tijdens deze programmaperiode een dergelijk overslagpunt in Soest te realiseren. Wel zien we mogelijkheden om bij gemeentelijke aanbestedingen de weging van duurzaam vervoer mee te nemen. Meer hierover in bijlage 7: het bedrijf gemeente Soest. Ook constateren we dat er veel (half) lege vrachtwagens en busjes rijden in Nederland en in Soest. Dat heeft ermee te maken dat transportkosten een marginale sluitpost vormen van de koopsom. Daarnaast willen mensen de bestelde producten zo snel mogelijk hebben waar leveranciers en webwinkels op inspelen. Het stoppen van deze grote verkeersbewegingen vraag om een (mondiale) gedragsverandering.
De eerste elektrische vrachtwagens zijn op de markt. De actieradius is ongeveer 150 kilometer en de kilometer kostprijs voor elektrische vrachtwagens nu nog veel hoger dan van de diesel voertuigen. Maar ook deze markt is aan het innoveren en ontwikkelen. Met vrachtwagens op waterstof wordt geëxperimenteerd. Elektrisch vrachtvervoer staat nog in de kinderschoenen. Is het rijden op waterstof nog een gedachte (daar is de transportsector al verder mee). Om de transitie mede mogelijk te maken faciliteren we waar mogelijk initiatieven als waterstof tankstations en snellaadstations.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.1
Minder benzine en diesel
Onderdeel van Programma Energietransitie Soest 2020 - 2025