**1..** Wanneer de inburgeringsplichtige na de eerste oproep voor de brede intake niet verschijnt of onvoldoende meewerkt, geeft de gemeente een schriftelijke waarschuwing. De gemeente wijst daarbij op de gevolgen voor de inburgeringsplichtige als hij of zij opnieuw niet verschijnt na een oproep of als hij of zij op een andere manier onvoldoende meewerkt aan de brede intake. De gemeente nodigt hierbij de inburgeringsplichtige opnieuw uit om te verschijnen binnen twee weken.
**2..** Wanneer de inburgeringsplichtige na deze (tweede) oproep niet verschijnt of onvoldoende meewerkt, legt de gemeente de inburgeringsplichtige een boete op. De hoogte van de boete is vastgesteld in artikel 7.1 van het Besluit.
**3..** Voordat de gemeente een boete oplegt, wordt onderzocht waarom de inburgeringsplichtige niet komt of onvoldoende meewerkt. De inburgeringsplichtige krijgt in een gesprek hierover de gelegenheid een verklaring te geven. Wanneer de inburgeringsplichtige niet verschijnt bij dit gesprek, biedt de gemeente hem of haar de gelegenheid zijn of haar zienswijze binnen een redelijke termijn per brief en/of digitaal kenbaar te maken.
**4..** De gemeente legt geen boete op wanneer aannemelijk is dat iedere verwijtbaarheid ontbreekt.
**5..** De gemeente legt een lagere boete op dan vastgesteld in artikel 7.1 van het Besluit als op basis van de reactie van de inburgeringsplichtige aannemelijk is dat de boete vanwege bijzondere omstandigheden te hoog is.
**6..** In de brief (beschikking) waarmee de eerste boete wordt opgelegd, nodigt de gemeente de inburgeringsplichtige opnieuw uit om binnen de gestelde termijn alsnog te verschijnen of mee te werken. Wanneer de inburgeringsplichtige hieraan niet voldoet, legt de gemeente weer een boete op met inachtneming van artikel 7.1 van het Besluit.
Artikel 16.
Handhaving verplichtingen bij de brede intake
Onderdeel van Verordening Wet inburgering 2021 gemeente Delft