Vormen van preventie vallen niet onder de reikwijdte van de verordening en de bijbehorende beleidsregels. In artikel 1.1. Jeugdwet is opgenomen dat preventie gedefinieerd wordt als ‘op preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen met of jeugdigen met een risico op psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking of van de ouders met of met een risico op opvoedingsproblemen’. Preventie kan een scala aan activiteiten omvatten en is divers. Concreet komt het er op neer dat de jeugdige en/ of ouder(s) zo vroeg mogelijk ondersteuning krijgen met als doel het voorkomen dat zware vormen van jeugdhulp in de toekomst nodig zijn. Voorbeelden van preventie zijn: het inzetten van opvoedcursussen ter voorkoming van opvoedingsproblemen, vormen van inzet van vrijwilligers die begeleiding bieden aan jongeren, jonge moeders, maatjesschap etc.
De op preventie gerichte ondersteuning valt niet onder de kwaliteitseisen die aan jeugdhulp worden gesteld en ook niet onder de jeugdhulpplicht van artikel 2.3 Jeugdwet.
Wanneer preventie geen of onvoldoende oplossing kan bieden bij de hulpvraag van een jeugdige en/of ouder(s), dan wordt onderzocht of er noodzaak is tot het inzetten van een individuele voorziening. De verordening en de bijbehorende beleidsregels regelen de individuele voorziening.
Hoofdstuk 1:
Artikel 1.
Preventie
Onderdeel van Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van Stede Broec houdende beleidsregels omtrent jeugdhulp