Naast de gemeente en de medisch verwijzer, kan ook een gecertificeerde instelling toegang bieden tot jeugdhulp in het kader van de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering.
De gecertificeerde instelling moet zich houden aan de afspraken met de gemeente en de voorwaarden die de gemeente stelt. Er moet rekening worden gehouden met de zorg die de gemeente heeft ingekocht, alsmede met welke aanbieders de gemeente een contract heeft afgesloten.
De gecertificeerde instelling mag alleen tijdens de uitvoering van een opgelegde maatregel bepalen welke jeugdhulp nodig is. Zij mogen geen jeugdhulp toekennen die buiten de termijn van de maatregel gaat.
Verwijzing naar een niet-gecontracteerde aanbieder
Als de gecertificeerde instelling oordeelt dat er jeugdhulp ingezet moet worden door een niet-gecontracteerde aanbieder, moet daar eerst overleg over plaats vinden tussen de gemeente en de gecertificeerde instelling.
Inzet pgb na verwijzing gecertificeerde instelling
Als een pgb gewenst is, dan is het aan de gemeente om te beoordelen of dit kan. Alleen de gemeente is bevoegd om te oordelen over de inzet van een pgb (artikel 8.1.1 Jeugdwet).Er moet dan een aanvraag bij de gemeente worden ingediend.
De gemeente zal in dat geval bekijken of aan de voorwaarden voor het toekennen van een pgb is voldaan. Het oordeel van de gemeente ziet dus enkel op de verzilveringsvorm toe, niet op de noodzaak van de hulp. De gemeente moet de beslissing over het pgb wel vastleggen in een beschikking.
Hoofdstuk 5:
Artikel 15.
Gecertificeerde instelling
Onderdeel van Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van Stede Broec houdende beleidsregels omtrent jeugdhulp