Wanneer de jeugdige en zijn ouders het perspectiefplan ontvangen hebben moet er een pgb-plan opgesteld worden. Dit pgb-plan wordt getoetst door een jeugdconsulent. Daarbij wordt beoordeeld of de omschreven ondersteuning in het pgb-plan van voldoende kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van de in het perspectiefplan opgenomen resultaten. Voorts wordt getoetst op (wettelijke) verlenings- en weigeringsgronden en de pgb-vaardigheid. (zie artikel 25 en 29)
In het pgb-plan wordt gemotiveerd:
waarom er voor een pgb gekozen wordt;
op welke wijze de inzet bijdraagt aan het behalen van de resultaten uit het perspectiefplan;
bij wie de ondersteuning wordt ingekocht;
hoe deze wordt georganiseerd;
welke afspraken er worden gemaakt;
hoe de kwaliteit is gewaarborgd.
Ook moet er een financieel overzicht, begroting of een offerte bijgevoegd worden.
In dit plan legt de jeugdige en/of ouder(s) en, indien van toepassing, de vertegenwoordiger de pgb-verklaring af. Met het indienen van het pgb-plan wordt verklaard dat het pgb op verantwoorde wijze beheerd zal worden. Dit houdt onder andere in dat men zich bewust is van de verantwoordelijkheid die de rol van budgethouder, dan wel vertegenwoordiger voor het pgb, inhoud..
Na het opstellen van het pgb-plan wordt er een gesprek ingepland met de jeugdige en/of ouder(s). Wanneer er sprake is van een vertegenwoordiger, dient deze ook aanwezig te zijn bij het gesprek.
Hoofdstuk 7:
Artikel 26.
Pgb plan
Onderdeel van Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van Stede Broec houdende beleidsregels omtrent jeugdhulp