De Jeugdwet noemt een aantal situaties waarin het college een pgb kan weigeren:
Kosten PGB hoger dan voorziening in natura
Als de gemeente door verstrekking van een pgb duurder uit zou zijn, kan het college het pgb voor dat deel weigeren. Het college kan het budget slechts weigeren voor dat gedeelte dat duurder is dan het door het college voorgestelde aanbod. Jeugdigen of hun ouders kunnen zelf bijbetalen als het tarief van de door hen gewenste aanbieder duurder is dan het door het college voorgestelde aanbod. Let wel: het pgb dat het college biedt, moet voor een jeugdige of zijn ouders toereikend zijn om de vastgestelde jeugdhulp ook werkelijk te kunnen inkopen. Anders is het budget geen zinvol alternatief (TK 2013–2014, 33 684, nr. 10, p. 148).
Het PGB is in een eerdere beslissing ingetrokken/herzien
Het college kan een pgb weigeren als het eerder een beslissing om een pgb te verstrekken heeft herzien of ingetrokken, omdat:
de ontvanger van het budget onjuiste of onvolledige gegevens had verstrekt;
niet werd voldaan aan de gestelde voorwaarden van het persoonsgebonden budget, of
het persoonsgebonden budget niet werd gebruikt of voor een ander doel dan waarvoor het bestemd was.
Wanneer niet wordt voldaan aan de eisen uit artikel 8.1.1 lid 2 jeugdwet (zie artikel 25)
Wanneer de behandeling geboden wordt door een ouder of door personen waarbij sprake is van een persoonlijke band die de behandeling mogelijk in de weg staat.
Wanneer de zorg welke geboden wordt tot overbelasting leidt van de persoon uit het sociaal netwerk.
Hoofdstuk 7:
Artikel 29.
Weigeringsgronden (artikel 8.1.1 lid 4 jeugdwet)
Onderdeel van Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van Stede Broec houdende beleidsregels omtrent jeugdhulp