Naar hoofdinhoud
Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is ervoor verantwoordelijk dat jeugdigen en hun ouders een beroep kunnen doen op een onafhankelijk vertrouwenspersoon (artikel 1a.1 Jeugdwet). Het Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg (AKJ) voert dit vertrouwenswerk in de praktijk uit. Jeugdigen en ouders kunnen op deze organisatie terugvallen als ze problemen hebben met (personen werkzaam bij) de gemeente, de zorgaanbieder, de gecertificeerde instelling of Veilig Thuis (artikel 4.1.9 Jeugdwet). Deze vorm van dienstverlening is gratis. De ondersteuning van de vertrouwenspersoon is vooral gericht op het kunnen uitoefenen van rechten door jeugdigen, ouders en pleegouders (artikel 4.1.1 Besluit Jeugdwet). De vertrouwenspersoon geeft informatie en advies aan jeugdigen en (pleeg)ouders over hun (rechts)positie binnen de jeugdhulp en ondersteunt hen bij bemiddeling. Hij kan ook helpen bij het formuleren, indienen en afhandelen van klachten over de jeugdhulp of de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering. Op verzoek van cliënten kan de vertrouwenspersoon tevens aanwezig zijn bij gesprekken tussen een cliënt en de hulpverlener (Nota van toelichting Besluit Jeugdwet). Vertrouwenspersoon anders dan AKJ Het staat jeugdigen, ouders en pleegouders vrij iemand anders te vragen om hen als vertrouwenspersoon te ondersteunen. Deze persoon dient wel over een verklaring omtrent het gedrag te beschikken en dient daarnaast beroepsmatig of niet incidenteel als vrijwilliger als vertrouwenspersoon te werken. “Alleen vertrouwenspersonen die aan deze voorwaarden voldoen, maken aanspraak op de wettelijke rechtspositie die waarborgt dat de vertrouwenspersoon in de gelegenheid wordt gesteld zijn ondersteunende werk uit te voeren en daarvoor de benodigde informatie verkrijgt van de gemeente, zorgaanbieder, gecertificeerde instelling of Veilig Thuis. De voorwaarde dat iemand beroepsmatig of niet incidenteel als vertrouwenspersoon dient op te treden, vormt een kwalitatieve waarborg en voorkomt tevens dat een familielid van een cliënt zich als zijn vertrouwenspersoon opwerpt om gebruik te kunnen maken van de bedoelde rechtspositie. Dat is niet gewenst omdat in veel situaties de familieleden zelf deel uitmaken van de problematiek rond de te ondersteunen persoon, alsmede van de aanpak daarvan.” (TK 2018-2019 35070, nr.3, p. 19 Mvt wijziging Jeugdwet centraliseren vertrouwenswerk jeugd)

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel