Het woonplaatsbeginsel bepaalt welke gemeente verantwoordelijk is voor jeugdhulp.
Vanaf 1 januari 2022 ontstaan er twee scenario’s. In het geval van ambulante zorg wordt de gemeente waar de jeugdige staat ingeschreven financieel verantwoordelijk. Als er sprake is van verblijfszorg, dan moet er gekeken worden waar de jeugdige stond ingeschreven direct voorafgaand aan de start van het jeugdhulptraject. Deze gemeente blijft financieel verantwoordelijk voor de verlening van alle jeugdhulp tot het moment dat er geen sprake meer is van zorg met een verblijfscomponent. (artikel. 1.1 Jeugdwet).
Met inwerkingtreding van de Wet wijziging woonplaatsbeginsel heeft ‘woonplaats’ de volgende betekenis:
de gemeente waar de jeugdige zijn woonadres, bedoeld in artikel 1.1, onder o, van de Wet basisregistratie personen, heeft;
ingeval een jeugdige verblijft bij een jeugdhulpaanbieder, pleegouder, in een instelling voor opvang of beschermd wonen als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of in een justitiële jeugdinrichting als bedoeld in artikel 3a van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, of ingeval van jeugdhulp of jeugdreclassering in verband met het verblijf in een justitiële jeugdinrichting: de gemeente waar de jeugdige onmiddellijk voorafgaand aan zijn verblijf zijn woonadres, bedoeld in artikel 1.1, onder o, van de Wet basisregistratie personen, had;
ingeval de woonplaats niet op grond van de onderdelen 1° en 2° kan worden vastgesteld of ingeval bij het in de basisregistratie personen opgenomen woonadres een aantekening is geplaatst als bedoeld in artikel 2.26 van de Wet basisregistratie personen: de gemeente waar de moeder van de jeugdige ten tijde van diens geboorte als ingezetene was ingeschreven in de basisregistratie personen, of, indien dit niet kan worden vastgesteld, de gemeente waar de jeugdige werkelijk verblijft op het moment van de hulpvraag;
ingeval de woonplaats buiten Nederland is: de gemeente waar de jeugdige werkelijk verblijft op het moment van de hulpvraag.
Deze wijziging van het woonplaatsbeginsel betekent dat, vanaf datum inwerkingtreding van de Wet wijziging woonplaatsbeginsel de nieuwe instroom beoordeeld dient te worden aan de hand van bovenstaand nieuwe woonplaatsbeginsel. Ook de migratiegroep, de zittende populatie van jeugdigen die nu en op datum inwerkingtreding van de wet jeugdhulp ontvangen uit hoofde van de Jeugdwet, valt onder de Wet wijziging woonplaatsbeginsel. Deze groep moet dus opnieuw beoordeeld worden.
Hoofdstuk 2:
Artikel 4.
Woonplaatsbeginsel
Onderdeel van Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van Stede Broec houdende beleidsregels omtrent jeugdhulp