1. In aanmerking voor de studietoeslag komen personen met een arbeidsbeperking, die naar verwachting in staat zijn om zelfstandig minimaal 20 %, dan wel maximaal 80% van het wettelijk minimumloon te verdienen.
2. Het college beoordeelt of een persoon voldoet aan de voorwaarde zoals gesteld onder lid 1.
3. De belanghebbende wordt bij de aanvraag gevraagd om bewijsstukken te overleggen waarmee de voorwaarde zoals beschreven in lid 1 kan worden aangetoond.
4. Indien belanghebbende de gegevens zoals bedoeld in lid 3 niet kan aanleveren, dan wel de ingediende bewijsstukken niet toereikend zijn om een beoordeling te kunnen maken, zal het college een arbeidsdeskundig advies inwinnen.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2
Artikel 18
Recht op individuele studietoeslag
Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ, Bbz 2015