Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1

Artikel 3

Scholing

Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ, Bbz 2015

1. Definitie. Onder scholing wordt elke activiteit verstaan in het kader van een gestructureerde leersituatie die is gericht op het ontwikkelen of vergroten van kennis en/of vaardigheden van de belanghebbende. 2. Doel. Het bijbrengen van kennis, vaardigheden of het behalen van een startkwalificatie die de arbeidsinschakeling van belanghebbende mogelijk maakt. 3. Doelgroep. Dit instrument wordt ingezet voor de belanghebbende (dan wel diens potentiële werkgever) bij wie het college heeft vastgesteld dat scholing noodzakelijk is, omdat arbeidsinschakeling vanwege ontbrekende kennis of vaardigheden niet direct mogelijk is. 4. Nadere voorwaarden en duur van de voorziening. a. de scholing wordt slechts aangeboden indien i. deze verband houdt met een baangarantie; of ii. de scholing gezien de arbeidsmarktsituatie een significante vergroting vormt van de kans op een baan; of iii. scholing deel uitmaakt van een arrangement dat wordt gesloten met de werkgever; of iv. indien het college daartoe op grond van de wet gehouden is. b. De bepaling zoals opgenomen in de Verzamelverordening onder artikel 3 lid 7 is van toepassing op deze voorziening. c. de scholing is beroepsgericht en duurt maximaal één jaar. Het betreft het meest goedkope en adequate alternatief. d. de kosten staan in verhouding met de ‘opbrengsten’ die gepaard gaan met de beoogde uitkeringsafhankelijkheid van de belanghebbende. 5. Gronden voor beëindiging. Het gestelde in artikel 5 van de Verzamelverordening is onverkort van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel