1. Zorgtaken zoals bedoeld in artikel 9 lid 2 van de Participatiewet kunnen in bepaalde gevallen als dringende redenen worden aangemerkt op grond waarvan een ontheffing kan worden verleend.
2. De zorgtaak die wordt aangemerkt als dringende reden moet voldoen aan bepaalde voorwaarden:
a. de betreffende zorgtaak is niet te combineren met de verplichting tot arbeidsinschakeling;
b. er kan voor de zorgtaak geen of slechts een gedeeltelijk beroep gedaan worden op een voorliggende voorziening;
c. het betreft bijzondere zorg voor een zieke / anderszins hulpbehoevende bloed- of aanverwant, en dus niet de reguliere opvoeding of zorg;
d. De duur van de ontheffing is maximaal gelijk aan de periode dat de zorgtaak wordt verricht.
3. Wanneer er bij het aanbieden van een voorziening rekening gehouden kan worden met de betreffende zorgtaken, worden de zorgtaken voor dat gedeelte niet als dringend beoordeeld.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3
Artikel 30
Ontheffing wegens intensieve zorgtaken
Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ, Bbz 2015