1. Een belanghebbende is verantwoordelijk voor het overleggen van zijn of haar gegevens.
2. Wanneer deze gegevens niet meer in het bezit zijn, moet belanghebbende zorgen voor vervangende exemplaren.
3. Indien belanghebbende geen vervangende exemplaren kan overleggen wordt door het college bezien of dat verwijtbaar is.
4. Indien het niet kunnen overleggen van gegevens niet verwijtbaar blijkt, wordt de aanvraag beoordeeld aan de hand van de wel aanwezige gegevens.
5. In het kader van de Wet eenmalige gegevens uitvraag, vraagt het college geen gegevens bij belanghebbende op die ook vanuit de eigen systemen real time inzichtelijk zijn.
6. Belanghebbende is op grond van artikel 17 lid 1 Participatiewet wél gehouden de gegevens zoals bedoeld in lid 5 uit zichzelf te verstrekken.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.4
Artikel 35
Bewijsstukken
Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ, Bbz 2015