Het college ziet af van het opleggen van een boete bij dringende redenen. Van een dringende reden kan sprake zijn, als het opleggen van een boete, in het individuele geval, vanwege zeer uitzonderlijke en bijzondere omstandigheden onaanvaardbare consequenties zou hebben voor belanghebbende of zijn gezin.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.6
Artikel 40
Dringende redenen
Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ, Bbz 2015