1. Het college verhaalt de kosten van bijstand tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek I van het Burgerlijk Wetboek tot maximaal de totale kosten van bijstand:
a. op degene die bij het ontbreken van gezinsverband zijn onderhoudsplicht jegens zijn echtgenoot , of minderjarig kind niet of niet behoorlijk nakomt;
b. op het minderjarige kind dat zijn onderhoudsplicht jegens zijn ouders niet of niet behoorlijk nakomt;
c. op degene die zijn onderhoudsplicht na echtscheiding of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed niet of niet behoorlijk nakomt;
d. op degene die zijn onderhoudsplicht op grond van artikel 395a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek niet of niet behoorlijk nakomt jegens zijn meerderjarig kind aan wie bijzondere bijstand is verleend;
e. bij een schenking aan een derde door de bijstandsgerechtigde, tenzij aannemelijk is dat de schenker ten tijde van de schenking de noodzaak van de bijstandsverlening redelijkerwijs niet heeft kunnen voorzien;
f. ingeval er een vordering is die valt in een nalatenschap;
g. bij het ontstaan van een vordering wegens toepassing van de Wet op de Lijkbezorging.
2. Buiten de gevallen aangegeven in deze beleidsregels vindt geen verhaal plaats.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.2
Artikel 66
Gebruikmaking van de wettelijke bevoegdheid
Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ, Bbz 2015