Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.2

De vormgeving van de gebiedstypen

Onderdeel van Beleidvisie Externe Veiligheid Gemeenten Hoeksche Waard (beleidsvisie en basisvisie)

Bovengenoemde keuzes zullen niet overal in de gemeenten hetzelfde zijn. Op de ene plek kiezen we voor wonen (risicoluw) die gekenmerkt wordt met een hoge bevolkingsdichtheid, op de andere ligt het accent op bedrijvigheid (risico-intensief). Daartussen is veelal sprake van een overgangsgebied (gemengd gebied). Daarom is gekozen voor een gebiedsgericht beleid, waarin genuanceerd en met inachtneming van lokale aspecten wordt omgegaan met externe veiligheid. Ook wordt hierbij zoveel mogelijk aangesloten bij de ruimtelijke structuur van de gemeenten in de Hoeksche Waard. Meestal is deze vastgelegd in een gemeentelijke en/of regionale structuurvisie. Voor elk van de drie onderscheiden gebiedstypen is een eigen veiligheidsambitie vastgesteld. Deze veiligheidsambitie zegt vooral iets over de mogelijkheden die er in het betreffende gebied bestaan om ontwikkelingen te laten plaatsvinden. In de volgende subparagrafen wordt een omschrijving van de gebiedstypen gegeven en worden de consequenties voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico besproken. 3.2.1. Infrastructuur (wegen, et cetera) 8 Er bestaat ook een analogie ten aanzien van de risico’s rondom windmolens en hoogspanningslijnen, ondanks dat deze niet (formeel) niet onder het begrip externe veiligheid vallen. Een bijzonder aandachtsgebied in het kader van de gebiedsgerichte aanpak is de aanwezigheid van infrastructuur waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Deze vervoersassen zijn niet als een afgebakend gebied te beschouwen omdat ze verschillende gebieden doorsnijden. Denk bijvoorbeeld aan woonwijken, buitengebieden en bedrijventerreinen. Hierdoor wordt het lastig om uniforme eisen te verbinden aan de mogelijkheid om ontwikkelingen te laten plaatsvinden in de nabijheid van diezelfde infrastructuur. Gebieden die in deze beleidsvisie als ‘risicovolle infrastructuur’ worden beschouwd, betreffen locaties die binnen het directe invloedsgebied van een weg, een ondergrondse buisleiding of een vaarweg vallen. In onze gemeenten zijn dit bijvoorbeeld: De wegen A29, N489 en N217. De waterwegen Spui, Oude Maas, Dordtsche Kil, Haringvliet/Hollands Diep en Ondergrondse buisleidingen (hogedruk aardgas, brandstof, exotische/overige stoffen). Opmerking: de HSL-spoorlijn Rotterdam – Antwerpen wordt alleen voor personenvervoer gebruikt. De risico’s die hieruit voortvloeien hebben betrekking op het transport van gevaarlijke stoffen. Op de aard en omvang hiervan heeft de gemeente weinig invloed. Daarom hebben we ervoor gekozen om de omgang met deze risico’s te verbinden aan de hieronder gekozen gebiedsindeling. Concreet betekent dit dat waar bijvoorbeeld het spoor door het centrum of woonwijken loopt, zoveel als mogelijk de risicoluwe ambities worden gehanteerd, eenzelfde benadering geldt voor het buitengebied (gemengd) en bedrijventerreinen (intensief). 3.2.2. Gebiedstype 1: Risicoluw gebied Een risicoluw gebied kenmerkt zich primair door een hoge bevolkingsdichtheid9 Aanvullend zou hierbij ook gedacht kunnen worden aan gebieden met een extreem lage populatie die een beschermde of speciale status hebben zoals natuur-/recreatie-/stiltegebieden gebieden. . Nieuwe risicovolle activiteiten zijn hier niet gewenst. In de huidige situatie zijn voor zover nu bekend, geen saneringssituaties aanwezig. In de nabijheid van risicobronnen zijn nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen toegestaan, mits het planontwerp wordt geoptimaliseerd (mogelijkheden voor beheersbaarheid van calamiteiten, zelfredzaamheid van de burgers et cetera). Specifieke locaties die in onze gemeente onder het risicoluwe gebied vallen zijn: Centrum Het centrum is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals detailhandel, horeca en kleine bedrijvigheid. De risico’s van eventueel aanwezige risicovolle inrichtingen worden zoveel mogelijk beperkt. Nieuwe risicovolle inrichtingen moeten worden uitgesloten. Woonwijken Dit zijn locaties die worden gekenmerkt door hoge dichtheden van personen en activiteiten zoals wonen, scholen en zorginstellingen. Wij willen onze burgers een zo veilig mogelijke woonomgeving bieden en in woonwijken worden daarom geen risicovolle inrichtingen toegelaten. Ambitieniveau ‘risicoluw’ met betrekking tot plaatsgebonden risico Beperkt kwetsbare objecten, waarvoor richtwaarden gelden in plaats van grenswaarden, mogen in nieuwe situaties nergens binnen de PR 10-6-contour van een bedrijf of transportas liggen. Voor bestaande situaties wordt ernaar gestreefd de risico’s voor beperkt kwetsbare objecten liggend binnen de PR 10-6/jaar -contour zoveel als mogelijk te beperken. Ambitieniveau ‘risicoluw’ met betrekking tot groepsrisico Overschrijding van 10% de oriëntatiewaarde van het GR wordt niet geaccepteerd. Een toename van het groepsrisico wordt hier per definitie niet geaccepteerd. 3.2.3. Gebiedstype 2: Gemengd gebied Het gemengde gebied is minder eenduidig dan de groepstypes risicoluw en intensief. In dit gebied wordt de aanwezigheid van bepaalde risicobronnen als vanzelfsprekend gezien. Door historische ontwikkelingen heeft er een mengeling van verschillende activiteiten plaatsgevonden. Bestaande risicovolle activiteiten die hiermee samenhangen zijn toegestaan. Nieuwe risicovolle activiteiten zijn alleen toegestaan voor zover expliciet aangegeven. Ruimtelijke ontwikkelingen nabij risicovolle infrastructuur zijn eveneens toegestaan, mits wordt voldaan aan de normen en de verantwoordingsplicht. Locaties die onder het gemengde gebied vallen zijn: Infrastructuur De aanwezigheid en de belasting van de aanwezige infrastructuur (spoor, weg, water buisleidingen) is deels historisch en deels landelijk/provinciaal/regionaal bepaald. Daarbij heeft het gemeentelijk bevoegd gezag niet direct de beschikking de hieraan gekoppelde risico’s te beïnvloeden. Wel zit zij in gevolge van een calamiteit wel direct met de gevolgen. Ook indien er nieuwe ontwikkelingen in de nabijheid worden gepland “plukt zij hiervan de vruchten”. Hierdoor kunnen tevens ontwikkelingen geremd of onmogelijk gemaakt worden. Voor bestaande situaties moet gezocht worden naar verlaging van de risico’s. Nieuwe ontwikkelingen in de nabijheid moeten worden voorkomen. Buitengebied Om een versnipperde vestiging van risicovolle inrichtingen in het buitengebied te voorkomen wordt ook dit gebied beschermd tegen de verdere uitbreiding en nieuwe realisering van dergelijke bedrijven. Agrarische inrichtingen Vestiging van inrichtingen met een agrarisch karakter is mogelijk op daartoe aangewezen landbouwontwikkelingsgebieden (LOG). Deze uitzondering wordt gemaakt omdat deze bedrijven en activiteiten op grond van hun typering van oudsher in het buitengebied passen. De risico’s van dit soort bedrijvigheid hangen bovendien samen met de plaatsing van propaantanks. Deze zijn in ieder geval toegestaan, omdat een fijnmazig gasdistributienet ontbreekt en hiervoor al adequate veiligheidsvoorzieningen zijn opgenomen in de betreffende wet- en regelgeving. LPG-inrichtingen De vestiging van nieuwe LPG-tankstations in het buitengebied wordt juist wel toegestaan. De activiteiten van dergelijke inrichtingen hangen vaak nauw samen met de ligging van de doorgaande wegen in de Hoeksche Waard. Bovendien is het uit oogpunt van externe veiligheid verstandig om nieuwe LPG-tankstations zoveel mogelijk buiten bebouwde gebieden te vestigen. Ambitieniveau ‘gemengd’ met betrekking tot plaatsgebonden risico Beperkt kwetsbare objecten, waarvoor richtwaarden gelden in plaats van grenswaarden, mogen in nieuwe situaties nergens binnen de PR 10-6-contour van een bedrijf of transportas liggen. Voor bestaande situaties geldt het standstil principe (geen verdere toename van de risico’s). Ambitieniveau ‘gemengd’ met betrekking tot groepsrisico Overschrijding van 50% 10 In landelijke richtlijnen wordt 30% gehanteerd.de oriëntatiewaarde van het GR wordt niet geaccepteerd. Het streven is onder 10% van de oriëntatiewaarde te blijven/komen. Elke een toename tot 50% van het groepsrisico kan enkel slechts dan geaccepteerd worden als een adequate verantwoording wordt uitgevoerd. 3.2.4. Gebiedstype 3: Intensief gebied Intensieve gebieden worden gekenmerkt door een clustering van risico’s. Door risicovolle inrichtingen op daarvoor aangewezen gebieden te concentreren wordt zoveel mogelijk voorkomen dat op meer plaatsen binnen de gemeente met grens- en richtwaarden rekening moet worden gehouden. Mede daarom wordt vestiging van inrichtingen nabij risicovolle infrastructuur ook zoveel mogelijk gestimuleerd. Om de grotere risico’s als gevolg van clustering te verantwoorden, wordt de omgeving actief geïnformeerd over de risico’s. Hulpdiensten richten zich voor deze gebieden op de optimalisatie van rampenbestrijdingsplannen. Goede voorzieningen, zoals bereikbaarheid, ontsluiting en bluswatervoorzieningen zijn hierbij volledig uitgewerkt en up-to-date. Bedrijventerreinen Deze gebieden zijn binnen de gemeenten van de Hoeksche Waard aangewezen voor de vestiging van risicovolle bedrijven. Hier bevinden zich vaak al inrichtingen die werken met gevaarlijke stoffen. Clustering van risicobedrijven ligt daarom voor de hand. Via het vergunningenstelsel worden de plaatsgebonden risicocontouren beperkt en vervolgens vastgelegd om de ruimte op de industrieterreinen zo goed mogelijk te kunnen benutten. Om diezelfde reden worden er ook geen nieuwe (bedrijfs)woningen of andere beperkt kwetsbare objecten meer toegestaan. Binnen de gemeenten van de Hoeksche Waard is eerder besloten (Bestemmingsplan regionale bedrijventerreinen Hoeksche Waard vastgesteld) dat geen Bevi-inrichtingen op de bedrijfsterreinen aanwezig mogen zijn. Op bedrijventerrein Bosschen (Oud-Beijerland) is al jaren een Bevi inrichting (Romaco) aanwezig Indien nodig wordt rond industriegebieden een veiligheidscontour aangewezen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen rond een industriegebied met risicovolle inrichtingen een dam opwerpen voor toekomstige ontwikkelingen in het industriegebied. Immers, als het gebied dat nabij het intensieve gebied is gelegen, de mogelijkheid biedt om kwetsbare objecten te vestigen tot aan de zone waar op dat moment de grenswaarde geldt, dan is uitbreiding van de risicovolle activiteiten in het desbetreffende industriegebied niet meer mogelijk. Ambitieniveau ‘intensief’ met betrekking tot plaatsgebonden risico Beperkt kwetsbare objecten, waarvoor richtwaarden gelden in plaats van grenswaarden, mogen binnen de PR 10-6/jaar contour van een bedrijf of transportader liggen, mits hiervoor gewichtige redenen 11 Afwijking van een richtwaarde is bij beperkt kwetsbare objecten uitsluitend mogelijk vanwege zwaarwegende belangen op het gebied van vervoer, ruimtelijke ordening en economie (verder te noemen: gewichtige redenen). Afwijking is tevens toegestaan bij het opvullen van kleine open gaten in bestaand bebouwd gebied of vervangende nieuwbouw in het kader van de herstructurering van bebouwd gebied. zijn. Ambitieniveau ‘intensief’ met betrekking tot groepsrisico (Factor van) de oriëntatiewaarde van het GR is niet richtinggevend maar wordt gezien als een maximum. Slechts in zeer zwaarwegende gevallen kan hier, gemotiveerd, van af worden geweken. Een toename van het groepsrisico tot aan de oriëntatiewaarde kan worden geaccepteerd. Waar mogelijk moet het groepsrisico worden verlaagd.

Rechtspraak bij dit artikel