Begripsbepalingen
Bij toepassing van deze beleidsregels worden de volgende definities gebruikt danwel wordt aangesloten bij de definities die zijn opgenomen in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Besluit omgevingsrecht:
A0-reclamedisplay:
een 2-zijdige display waarin statische reclameposters met een afmeting van circa 88 centimeter (b) x 120 centimeter (h) cm) aangebracht kunnen worden.
Aan huis verbonden beroep:
een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
Agrarisch bedrijf:
een reëel en volwaardig bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, waarbij houtteelt is uitgesloten.
Antenne:
een constructie, bestaande uit een mast, een ontvang- en zendmast of een stelsel van draden, dan wel een schotel bestemd voor (tele)communicatiedoeleinden.
Bebouwde kom:
het gebied waarbij sprake is van een concentratie van bebouwing en het gebied door die bebouwing overwegend een woon- of verblijffunctie heeft.
Bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
Bedrijf:
het bedrijfsmatig vervaardigen of repareren van goederen, dan wel het verrichten van ambachtelijke
diensten.
Bed andBreakfast (B&B):
een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt.
Bestaand bouwwerk:
een bouwwerk, dat ten tijde van het in ontwerp ter inzage leggen van dit plan bestaat, dat/die of in uitvoering is of dat na dat tijdstip is of mag worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning, waarvoor de aanvraag voor dat tijdstip is ingediend of krachtens een omgevingsvergunning die na dit tijdstip, hoewel in strijd met dit plan, niet mag worden geweigerd.
Bijgebouw:
a. aangebouwd bijgebouw
een op hetzelfde bouwperceel aan de woning/gebouw vaststaand gebouw dat in functioneel en
bouwkundig opzicht hieraan ondergeschikt is, waarbij de functionele ongeschiktheid niet geldt voor huisvesting in verband met mantelzorg;
b. vrijstaand bijgebouw:
een op hetzelfde bouwperceel los van de woning/gebouw staand gebouw dat in functioneel en
bouwkundig opzicht hieraan ondergeschikt is, waarbij de functionele ongeschiktheid niet geldt voor huisvesting in verband met mantelzorg.
Bouwgrens:
de grens van een bouwvlak.
Bouwlaag:
een gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met uitsluiting van een kelder voor zover gelegen onder gebouwen en zolder, die gelet op de bouwtechnische eisen in het Bouwbesluit onbruikbaar zijn voor de woonfunctie.
Bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
Bouwperceelgrens:
een grens van een bouwperceel.
Bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
Bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
Centrumgebied Bilthoven:
gebied zoals bedoeld in het door de gemeenteraad in februari 2009 vastgestelde Masterplan Centrum Bilthoven.
Centrumgebied De Bilt:
Gebied zoals in het op 16 december 2010 vastgestelde bestemmingsplan “Hessenweg 2010” globaal is voorzien van de bestemmingen “centrum” en “horeca”, zoals weergegeven op de kaart van bijlage 1.
Dakkapel:
een uitbouw in een hellend dakvlak, waarbij rondom de dakkapel een rand met dakpannen zichtbaar is.
Dakopbouw:
een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok van het dak, die het silhouet van het oorspronkelijke dak verandert.
Detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of een bedrijfsactiviteit.
Dienstverlening:
het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren, internetwinkels en bankfilialen.
Gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
Hoofdmassa:
het totale bouwvolume van de oorspronkelijke woning.
Horeca:
het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf.
Kantoor:
voorzieningen gericht op het verlenen van diensten zoals administratieve, financiële, architectonische,
juridische diensten, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen.
Liberalisatiegrens:
de maximale huur, waarbij nog recht op huurtoeslag bestaat, conform de huurprijs in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag.
Maatschappelijke voorzieningen:
activiteiten gericht op sociale, maatschappelijke, medische, educatieve en openbare dienstverlening.
Netto vloeroppervlakte:
de oppervlakte van de voor bewoning bestemde vertrekken, waaronder mede wordt verstaan verblijfsruimten; niet meegerekend worden verkeersruimten, toiletten, douche- en badruimten, alsmede ingebouwde bergingen.
Onzelfstandige woonruimte:
een woonruimte waarbij sprake is van het delen van wezenlijke voorzieningen (keuken, douche, toilet) met de bewoners van de andere woonruimtes/kamers.
Oorspronkelijke achtergevel:
de achtergevel ten tijde van de oplevering van het gebouw/de woning dan wel - indien het gebouw/de woning nog gerealiseerd dient te worden - de achtergevel van het gebouw/de woning, zoals deze met de omgevingsvergunning wordt beoogd.
Oorspronkelijke woning:
de woning ten tijde van de oplevering van de woning dan wel - indien de woning nog gerealiseerd dient te worden - de woning, zoals deze met de omgevingsvergunning wordt beoogd.
Oorspronkelijke zijgevel:
de zijgevel ten tijde van de oplevering van het gebouw/de woning dan wel - indien het gebouw/de woning nog gerealiseerd dient te worden - de zijgevel van het gebouw/de woning, zoals deze met de
omgevingsvergunning wordt beoogd.
Peil:
a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van de weg, gemeten vanaf de kruin van de weg;
b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het
aansluitende afgewerkte maaiveld.
Portacabin:
een (prefab) verplaatsbare unit.
Scootmobiel:
een driewielige, vierwielige of vijfwielige scooter met een elektrische aandrijving die hoofdzakelijk wordt gebruikt door gehandicapten of mensen met een mobiliteitsbeperking.
Seksinrichting:
de voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Hieronder wordt in ieder geval verstaan een prostitutiebedrijf, seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, erotische massagesalon of parenclub al dan niet in combinatie met elkaar.
Voorgevel:
de naar de wegzijde gekeerde gevel; in geval er meerdere gevels zijn aan te merken als voorgevel, is de gevel die meetelt in de huisnummering de voorgevel.
Voorgevelrooilijn:
1. langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft;
2. langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing als onder a bedoeld aanwezig is en waarlangs mag worden gebouwd:
• bij een wegbreedte van ten minste 10 meter, de lijn gelegen op 15 meter uit de as van de weg;
• bij een wegbreedte geringer dan 10 meter, de lijn gelegen op 10 meter uit de as van de weg.
Vrijstaand hoofdgebouw:
een hoofdgebouw zonder gemeenschappelijke wand(en) met een ander hoofdgebouw.
Woning/wooneenheid:
een ruimte of complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijke huishouding.
Woningvergroting:
elk bouwkundig ondergeschikte vergroting van de oorspronkelijke woning.
Zelfstandige woonruimte
Woonruimte met een eigen toegang, die door een huishouden kan worden bewoond zonder dat het huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte.
Hoofdstuk 3.
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Beleidsregels artikel 2.12 lid 1 onder a onder 2 Wabo jo. artikel 4 van Bijlage II Bor