Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.

Artikel 17.

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies Stede Broec 2022

1.. Elke persoon en/of groepering woonachtig of gevestigd in de gemeente Stede Broec heeft het recht om bij aanvang van de raadscommissievergadering gedurende maximaal 5 minuten het woord te voeren over zowel geagendeerde als niet-geagendeerde onderwerpen. 2.. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit binnen een redelijke termijn voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover het woord gevoerd wenst te worden. 3.. Inspreken op een onderwerp is in de volgende situaties niet mogelijk: indien het een onderwerp betreft dat buiten de bevoegdheden van het college en de raad valt; indien het een besluit van het gemeentebestuur betreft waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan; indien het een zaak betreft waar op dat moment een juridische procedure (civiele, bestuursrechtelijke en/of strafprocedure) tegen loopt; indien het benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen betreft ; indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene Wet Bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 5.. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De commissievoorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is van de orde van de vergadering. 6.. De spreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 7.. De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel