Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.1.

Weigeringsgronden

Onderdeel van Regionale algemene subsidieverordening sociaal domein

De aanvraag voor een subsidie wordt naast het in artikel 4:25 lid 2 Awb genoemde geval, geweigerd indien aantoonbare redenen bestaan om aan te nemen dat: de gelden niet of in onvoldoende mate zullen worden besteed voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld; de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien, die in strijd zijn met de wet- en regelgeving, het algemeen belang of de openbare orde; de activiteiten uitsluitend of in hoofdzaak het doel hebben het uitdragen van overtuigingen en denkbeelden van religieuze, levensbeschouwelijke of politieke aard; de subsidie niet aanwijsbaar ten goede komt aan de ingezetenen van de Drechtsteden. De aanvraag voor een subsidie kan naast de in artikel 4:35 Awb genoemde gevallen geheel of gedeeltelijk worden geweigerd indien aantoonbare redenen bestaan om aan te nemen dat: aan de aanvrager voor dezelfde activiteiten reeds door enig bestuursorgaan een subsidie is verstrekt; de aanvrager niet alle benodigde vergunningen en ontheffingen ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten heeft verkregen; de activiteiten voor een eenmalige subsidie behoren tot de reguliere activiteiten van de aanvrager. De aanvraag voor een subsidie vanaf € 20.000,- kan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd indien het college van mening is dat de egalisatiereserve van dusdanige omvang is dat de subsidie niet (geheel) nodig is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel