Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 20.000,-, maar minder dan € 100.000,-, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college:
bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten;
bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 april in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk 13 weken na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend;
in afwijking van het bepaalde in sub b, bij een jaarlijks verstrekte subsidie aan instellingen die onderwijsactiviteiten verzorgen, uiterlijk vóór 1 november na afsluiting van het schooljaar waarin deze activiteiten worden uitgevoerd.
De aanvraag tot vaststelling bevat:
een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht en in hoeverre de doelstellingen zijn behaald;
een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden baten en lasten (financieel verslag of jaarrekening);
bij een subsidie tussen de € 20.000,- en € 50.000,- een bestuurdersverklaring en vanaf € 50.000,- daarnaast ook: een beoordelingsverklaring over de activiteiten en de daaraan verbonden baten en lasten.
Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.
Hoofdstuk 8.
Artikel 8.2.
Verantwoording subsidies vanaf € 20.000,- tot € 100.000,-
Onderdeel van Regionale algemene subsidieverordening sociaal domein