**1..** Burgemeester en wethouders verlenen alleen subsidie voor de in het derde lid van dit artikel bepaalde subsidiabele kosten waarbij de subsidie nooit hoger kan zijn dat het begrote exploitatietekort.
**2..** Subsidie wordt verleend op basis van de daadwerkelijk gemaakte kosten.
**3..** Subsidiabele kosten(soorten) zijn:
loon- en inhuurkosten voor een betaalde beheerder met een maximum van € 55.000 per jaar, per locatie;
huisvestingskosten: alle kosten om een BWD-huis te kunnen gebruiken en exploiteren. Het betreft kosten voor huur, onderhoud, vaste lasten, schoonmaak, beveiliging, gas/water/licht, VVE, verzekeringen en kosten die direct samenhangen met de inrichting;
organisatiekosten: alle kosten, met uitzondering van loon- en inhuurkosten, om het BWD-huis te kunnen besturen en activiteiten te organiseren. Het betreft kosten voor de accountant, bank, abonnementen, ICT, contributies, verzekeringen, kantoorartikelen en PR en communicatie;
vrijwilligerskosten: de kosten van een BWD-huis om vrijwilligers te werven, te binden en te behouden. Het betreft kosten die direct betrekking hebben op vrijwilligers zoals trainingen/cursussen en onkostenvergoedingen;
activiteitkosten: alle kosten die betrekking hebben op het uitvoeren van maatschappelijke activiteiten.
**4..** Kosten dienen, naar het oordeel van het college, in verhouding te staan tot de te realiseren activiteiten. Kostenposten die ten opzichte van het voorgaande jaar met meer dan 10% zijn gestegen, moeten afzonderlijk worden toegelicht.
**5..** Niet subsidiabel zijn:
kosten/reserveringen voor afschrijvingen;
kosten die verband houden met de organisatie van commerciële activiteiten;
indirect personeel;
de aanschaf van gebruiksgoederen en overige materiele investeringen, tenzij aangetoond kan worden dat deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteit waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.