Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Subsidiabele kosten

Onderdeel van Subsidieregeling BWD-huizen Ede

1.. Burgemeester en wethouders verlenen alleen subsidie voor de in het derde lid van dit artikel bepaalde subsidiabele kosten waarbij de subsidie nooit hoger kan zijn dat het begrote exploitatietekort. 2.. Subsidie wordt verleend op basis van de daadwerkelijk gemaakte kosten. 3.. Subsidiabele kosten(soorten) zijn: loon- en inhuurkosten voor een betaalde beheerder met een maximum van € 55.000 per jaar, per locatie; huisvestingskosten: alle kosten om een BWD-huis te kunnen gebruiken en exploiteren. Het betreft kosten voor huur, onderhoud, vaste lasten, schoonmaak, beveiliging, gas/water/licht, VVE, verzekeringen en kosten die direct samenhangen met de inrichting; organisatiekosten: alle kosten, met uitzondering van loon- en inhuurkosten, om het BWD-huis te kunnen besturen en activiteiten te organiseren. Het betreft kosten voor de accountant, bank, abonnementen, ICT, contributies, verzekeringen, kantoorartikelen en PR en communicatie; vrijwilligerskosten: de kosten van een BWD-huis om vrijwilligers te werven, te binden en te behouden. Het betreft kosten die direct betrekking hebben op vrijwilligers zoals trainingen/cursussen en onkostenvergoedingen; activiteitkosten: alle kosten die betrekking hebben op het uitvoeren van maatschappelijke activiteiten. 4.. Kosten dienen, naar het oordeel van het college, in verhouding te staan tot de te realiseren activiteiten. Kostenposten die ten opzichte van het voorgaande jaar met meer dan 10% zijn gestegen, moeten afzonderlijk worden toegelicht. 5.. Niet subsidiabel zijn: kosten/reserveringen voor afschrijvingen; kosten die verband houden met de organisatie van commerciële activiteiten; indirect personeel; de aanschaf van gebruiksgoederen en overige materiele investeringen, tenzij aangetoond kan worden dat deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteit waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

Rechtspraak bij dit artikel