Burgemeester en wethouders verlenen alleen subsidie voor de in het derde lid van dit artikel bepaalde subsidiabele kosten waarbij de subsidie nooit hoger kan zijn dan het begrote exploitatietekort.
Subsidie wordt verleend op basis van de daadwerkelijk gemaakte kosten.
Subsidiabele kosten(soorten) zijn:
loon- en inhuurkosten voor een betaalde beheerder met een maximum van € 60.000 per jaar, per locatie (prijspeil van 2024);
huisvestingskosten: alle kosten om een BWD-huis te kunnen gebruiken en exploiteren. Het betreft kosten voor huur, onderhoud, vaste lasten, schoonmaak, beveiliging, gas/water/licht, VVE, verzekeringen, kosten/reserveringen voor afschrijvingen en kosten die direct samenhangen met de inrichting;
organisatiekosten: alle kosten, met uitzondering van loon- en inhuurkosten, om het BWD-huis te kunnen besturen en activiteiten te organiseren. Het betreft kosten voor de accountant, bank, abonnementen, ICT, contributies, verzekeringen, kantoorartikelen en PR en communicatie;
vrijwilligerskosten: de kosten van een BWD-huis om vrijwilligers te werven, te binden en te behouden. Het betreft kosten die direct betrekking hebben op vrijwilligers zoals trainingen/cursussen en onkostenvergoedingen;
activiteitkosten: alle kosten die betrekking op het uitvoeren van maatschappelijke activiteiten.
Kosten dienen, naar het oordeel van het college, in verhouding te staan tot de te realiseren activiteiten. Kostenposten die ten opzichte van het voorgaande jaar met meer dan 10% zijn gestegen, moeten afzonderlijk worden toegelicht.
Niet subsidiabel zijn alle kosten die verband houden met de organisatie van commerciële activiteiten.